Gendererkenning voor kinderen

Jazz Jennings is de ster van TV-show “I am Jazz”, kwam op haar zevende voor het eerst op TV en nu zet zich nu in voor andere genderkinderen

 
De huidige situatie in Nederland is dat kinderen/jongeren vanaf 16 jaar hun genderregistratie kunnen wijzigen. Maar velen die al in hun gewenste rol leven willen dat liever als ze naar het secundair onderwijs gaan, dus met 12 of 13 jaar. En een groeiende groep weet al heel jong wie ze zijn, neem Rens uit Amsterdam die op de lagere school al van rol is gewisseld. En Rens is beslist niet de enige.
 
Veel transkinderen die voor hun zestiende omgaan lopen tegen problemen op. Even er van uitgaande dat hun ouders of verzorgers positief zijn, heeft een school het recht hun registratie niet aan te passen, kunnen koppige leraren het in de klas moeilijk maken. Het feit dat de registratie niet is aangepast leidt tot problemen.Ook in de zorg kan het tot problemen leiden. Er is het voorbeeld uit Duitsland waar een gescheiden moeder haar kind na rolwisseling naar school begeleidt, en de klassenlerares antwoordt: “De vader was hier heel duidelijk over en ik wil mijn baan houden.” Of in Barcelona waar een kind al vanaf het vierde jaar is omgegaan maar pas met 18 en na psychiatrische evaluatie de papieren mag veranderen.
 
Hiertegenover staan landen als Malta en Noorwegen die in respectievelijk 2015 en 2016 hun wetgeving hebben aangepast en geen(Malta) of een heel lage (Noorwegen) leeftijdsgrens kennen. Zij hebben ook wetgeving die het kind sterk beschermt, op grond van het belang van het kind. Het recht van het kind gaat voor de wens van de ouders. Noorwegen laat een kind eventueel al met zes jaar wettelijk van geslacht veranderen en maakt er geen punt van als mensen heen en weer gaan daarin.
 
Het schaduwrapport dat COC Nederland, TNN en NNID in 2015 hebben ingeleverd bij de VN voor de laatste evaluatie van de rapportage hoe het ervoor staat met de rechten van het kind in Nederland, stelt een leeftijdsgrens van 12 jaar voor. Zonder medische of psychologische evaluatie. Men beroept zich hier op artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag over “het belang van het kind”(“best interest of the child”). Algemeen Commentaar 14 bij het Kinderrechtenverdrag spreekt over het serieus nemen van de zich ontwikkelende capaciteit van het kind. Artikel 8 van het verdrag gaat over het recht op behoud van identiteit (“right to preserve his or her idenitity”) en geeft een niet-uitputtende lijst van criteria en daar horen religieuze, culturele en genderidentiteit beslist bij.
 
In eerdere instantie was bij de behandeling van de wetswijziging de vorige keer de wens van een veel lagere leeftijd ook de reden dat er uiteindelijk een deskundigenverklaring is gekomen. Regering en parlement hadden weinig problemen met volwassenen die zelf beslissen, maar kinderen was wat anders. Een SP-senator (oud-kinderrechter) stelde zelfs voor dat het dan maar gewoon via de rechter moest blijven gaan. De toetsing is van groot belang. En dat is nu waarschijnlijk nog steeds een heet hangijzer. De Kamer is er tenslotte niet progressiever op geworden.
 
Zoals gezegd willen we liefst de leeftijdsgrens gewoon weg hebben. Wanneer een kind zelf aangeeft niet de jongen of het meisje te zijn dat het zou zijn volgens dokter, geboorteregister en ouders, moet het dat ook in werkelijkheid kunnen omzetten. Er zijn verhalen van kinderen die met drie of vier al de boel op z’n kop zetten als ze de voor hen verkeerde kleren aan moeten.
 
Dit alles heeft natuurlijk niets te maken met medische transitie. Dat gebeurt pas wanneer de puberteit aanbreekt, en dan vaak nog pas rond twaalf jaar en niet als het al eerder begint. En als kinderen in die tijd zorg nodig hebben is dat vooral psychologische en sociale ondersteuning (later gaat het natuurlijk ook vooral om ondersteuning, maar dat werkt anders). Wanneer het goed gaat met het kind is er misschien zelfs vooral steun nodig voor het sociale circuit van het kind: familie, buurt, school. Dat die weten dat het goed is zolang het kind blij is met zichzelf. En dat ze eventueel boosheid en droefheid over de buitenwereld moeten onderscheiden van verdriet over zichzelf.
 
Onderzoek van de laatste paar jaar geeft ook helder aan dat transkinderen geen cent minder duidelijk hebben wie ze zijn dan ciskinderen. Zoek naar Kristina Olson en naar Diane Ehrensaft. En er zijn genoeg ouders en kinderen zelf die kunnen vertellen hoe hun leven positief veranderde toen het kind als zichzelf mocht leven. En als de kinderen later toch niet meer willen leven in de rol die ze eerder gekozen hadden, wat is daar mis mee? Mensen veranderen. We komen allemaal terug op keuzes. Ook jongeren. Zonder medisch ingrijpen is er niets aan de hand. En het kind zal zelden of nooit helemaal teruggaan naar hun oude rol en hun oude naam weer gebruiken.
 
Jonge kinderen kunnen dus net zo serieus zijn als oudere, waar het gaat om wie ze zijn. Veel transpersonen herinneren zich ook dat ze al voor hun puberteit wisten dat ze geen meisje/jongen waren. Op grond van internationale wetgeving (Kinderrechtenverdrag) en recent onderzoek vragen we de wetgever dus vroege gendererkenning mogelijk te maken, zonder extra poortwachters. Het is maar een letter tenslotte.
 
(Eerder gepubliceerd op 3 mei 2017, op facebook.com/vreerwerk/)

Trans suicide as a ground against childhood diagnosis

Invisible for the lay audience advocates and medical establishment fight a struggle for the acceptance of gender diversity in children. The recent suicide of Leelah Alcorn in Ohio gives a very clear argument for depathologisation and against a childhood diagnosis for “gender incongruence” Continue reading