Panta rhei

Onderstaande is de tekst van eeen lezing die ik voor Nijmeegse pedagogiek en psychologiestudenten hield in 2016

“Genderfluïde”, “genderneutraal”, “genderqueer”, “agender”, “multigender” … Allemaal termen die één ding duidelijk maken: degenen die zich de etiketten toe-eigenen of die de etiketten bedenken, hebben persoonlijke en/of politieke moeite met de hokjes man en vrouw als enige optie. En ook wel met het bestaan van de hokjes op zich.

Een oud-collega kenschetste mij als” Schrödingers gender”. U weet wel, naar Schrödingers kat die tegelijk levend en dood is, totdat de waarnemer kijkt; dan pas krijgt de kat een vaste status, levend of dood. Zo hangt mijn gendertoestand af van wie er naar me kijkt.

Wanted – dead and alive: Schrödinger’s cat

Ik vlecht mijn eigen verhaal her en der door het algemene verhaal door, ik heb geen zin in een pure autobiografie, als geslaagd bekentenisdier. Jullie hoeven niet precies te weten hoe ik in elkaar zit, wat mijn geschiedenis is. Wat belangrijk is, dat vertel ik dus als het ware tussen de bedrijven door.

Ik identificeer mijzelf – vooralsnog en sinds kort – als “elissogender” wat wel gendermeander betekent. Ik slinger wat tussen allerlei genders door. Voor mij boeit het persoonlijk niet zo waar ik nou precies zou staan in het genderspectrum. Ik loop met mijn hoofd meer in de genderwolken. Gender is ook eerder een wolk dan een (lineair) spectrum. Begin jaren 1990 waren er queere jongeren in Australië die op een mailinglijst (soort Google groep avant la lettre) riepen “Gender is a sphere” En ik vond dat een geweldig idee. Ik kwam al gauw met het gender-heelal. Net zo inflatoir als het fysieke heelal. Ooit met een instabiel vacuüm (de oersoep) begonnen, dijde dat in het begin razendsnel uit (inflatiefase) en daarna ging het gestager. Materie stabiliseerde vormde sterren en planeten, brandde op, vormde zware elementen en hergroepeerde in weer andere hemellichamen.

Tegenwoordig versnelt het heelal weer qua uitdijing. En dat doet gender ook. De genderwereld wordt in rap tempo groter en er komen wekelijks nieuwe termen bij. Elissogender ken ik nog maar een paar maanden.

Parallel hieraan eindigt gender misschien wel als zwart gat waarin allerhande identiteiten en expressies verdwijnen als het hun tijd is om in compleet gemuteerde en getransformeerde vorm elders op te duiken. Het eerste wat in het grote zwarte gendergat mag verdwijnen is de klassieke heteroman en -vrouw. Die levenswijzen hebben zichzelf nou wel overleefd. Als je ook ziet hoeveel moeite er nodig is om dat netjes overeind te houden … daar staat een hele lobby achter. Ik denk dat we langzamerhand “peak gender” wel hebben gehad. Zoals we nu op “peak oil” zitten.

Even kort iets meer over mij, over wie ik ben. Ik ben Vreer en ik ben een vreer. U weet wel, geen mevrouw en geen meneer maar een mevreer, (voornaamwoorden) en ik ben radicaal links. Ik zeg het maar vast. dan hoeven jullie niet meer te denken “Jeetje, die denkt wel heel radicaal hoor. Da’s mij te radicaal.” Voor de meesten van jullie zal het dat vast wel zijn, hoewel: ik zit in Nijmegen, met een mooie rooie geschiedenis en dit jaar nog een leuke 1 mei manifestatie. Hebben jullie die meegemaakt? Toespraak van Ramon gehoord? Over uitbuiting en opbranden? Verenig je, dan sta je sterker tegen je bazen.

In het dagelijks leven ben ik een afentoe betaalde maar nog steeds precair levende trans* activist. Ik houd mij bezig met de invloed van mensenrechten op het leven van trans* en inter* personen. Ik bestuur bij Transmotion, degenen achter het Transcreen filmfestival die over 18 dagen bij jullie in de stad zijn. En bij Transgender Europe, de Europese trans belangen organisatie . En ik werk aan betere standaarden voor trans*zorg, hier via Principle 17 en wereldwijd. Onder andere via de internationale expertgroep van , Global Activists for Trans* Equality om de ICD te verbeteren.

Ik ben 53 jaar en kom uit Amsterdam. Ook geef ik regelmatig les aan Amerikaanse studenten sociaal beleid in Europa en aan wederom Amerikaanse gender- en seksualiteitsstudenten.

Mijn hoofdactiviteit op het moment is pleitbezorging voor een beter internationale gezondheidsclassificatie, ICD-11. Die moet op trans-gebied omgeschoffeld worden en dat lijkt ook redelijk te gebeuren. Hoewel men er nog steeds wel een volslagen onterechte diagnose voor genderincongruentie bij (prepuberale) kinderen in wil houden en daar vecht ik hard tegen met een internationale groep experts. Later kom ik hier nog op terug, want het heeft ook heel erg met fluïditeit te maken.

Ik zal het vanavond hebben over de classificatie van genderfluïditeit, enige casuïstiek aangeven, spreken over kinderen en jongeren en over hulpverlening. Daarbij zal ik heikele kwesties en hete hangijzers aangeven. Uiteindelijk is het een vrij lang, maar onderhoudend en helder verhaal. Verhelderingsvragen kun je tijdens mijn verhaal stellen, achteraf kun je betwisten en andere vragen stellen. Ik hoef niet voor tienen weg dus profiteer ervan.

Definities

Ik zal nu volledigheidshalve nog een aantal relevante basisbegrippen aangeven.

Om te beginnen, het begrip transseksueel is verouderd en afgekeurd. Schrap het uit je vakvocabulaire en stop het ergens in je historisch woordenboek. Gebruik trans*. Met of zonder sterretje, asterisk. Desnoods transgender als je wetenschappelijk wilt klinken.
De reden hiervoor is dat het een psychiatrische definitie is die zwaar beperkend werkt en alleen de mensen die nadrukkelijk hun geslachtelijkheid veranderen erkent. En dan niet als transgender, maar als transitionerend naar ‘het’ andere gender.

Alwaar we een volgend probleem vinden. Er is niet zoiets als ‘het’ andere gender of geslacht, hooguit is er alleen juridische erkenning voor de andere keuze in een genderdichotomie.

Die fysieke verandering heeft niet zo heel veel met de identiteit te maken. In 28 van de Europese landen moet je nog steeds letterlijk lichamelijk van geslacht veranderen, genitale reconstructie ondergaan, teneinde juridisch van geslacht te kunnen veranderen. Een zware aantasting van het recht op onschendbaarheid van het lichaam, het recht op autonomie (dat sowieso al beperkt is, denk aan de verplichte abortusconsultatie). Dus transseksueel, of in Transpolari “transseksofiel”, is verkeerd, want psychiatrisch en juridisch, verplicht, niet perse gevoeld en overjarig.

Intersekse

Het voordeel van trans* met sterretje is dat het de verfoeide transseksueel bevat, de verguisde travestiet of crossdresser, de genderqueer, de agender, de elissogender en alles wat zich verder onder de transparaplu wil begeven.

En al dit trans* gebeuren heeft vervolgens weer niets te maken met intersekse. Want intersekse, DSD, hermafrodieten, is een kwestie van geslachtsvariatie, een lichamelijk verschijnsel van niet genoeg of te veel mannelijk of vrouwelijk in de het lichaam zijn.

Sommige interseksepersonen melden zich wél soms als transgender, omdat er een verkeerde beslissing is gemaakt bij de originele geslachtstoewijzing. Maar dat is een kwestie van een foutieve en overbodige medische inschatting en vaak ook de juridische gevolgen van medische ingrepen corrigeren.

Hanne Gaby Odiele, openlijk intersekse model

Bij transgender is in er principe lichamelijk niets dat verraadt dat er iets ‘mis’ zou zijn. Het lichaam wijkt niet perse af van de standaard vormgeving qua geslachtsdelen, chromosomen en hormonen. Trans* is een vorm van genderdiversiteit – waarbij het lichaam ondergeschikt is. Intersex is een vorm van geslachtsdiversiteit, geslachts-variatie, waarbij de genderidentiteit ondergeschikt is.

Nou weet ik dat hele volksstammen zich met hun man-zijn of hun vrouw-zijn identificeren. Zo heb je het geleerd. Je weet niet beter. Dit is wat er is and there ain’t no more. Maar ja, dat ligt dus toch wel wat genuanceerder.

Genderdissidenten

En er is al jaren en eeuwen aan niet-standaard gegegenderd gedrag. maar dat zijn allemaal genderdissidenten. sodomieten en lollepotten zijn eeuwen oud. Er is de molly, seksueel passieve ‘man’, die de pre-medische trans van de jaren 1700 was. En de trans*mensen van tegenwoordig zijn gevormd door psychiatrische ideeën. En omdat je door allerlei hoepels moet heen springen wil je erkenning krijgen, ga je daar maar op trainen. Zo hebben hele volksstammen trans*mensen zich getraind in het vertellen van verhalen dat ze zo vreselijk in het verkeerde lichaam zitten. Dat vonden homo’s overigens ook een eeuw geleden van zichzelf, want dat had de psychiatrie hen geleerd en de geneeskunde. Toen ze 30-40 jaar later niet meer geestesziek waren als homo’s en lesbo’s ging het ze een stuk beter en gingen ze zich verder emanciperen tot ze net zo gewoon werden als de gemiddelde mens. Nu is dat proces met veel meer media-aandacht aan het gebeuren met transmensen. Kijk naar het schattige Hij is een Zij, wat een heel slechte titel is overigens. En ik vind het een prut-serie, want veel te binair en veel te versimpeld.

Drawing of a white person in hoodie with genderqueer color lavender-white-green. Text on shirt says: What gender?

Fluïde. Wat is dat?

Van alles, vooral niet (alleen) A of B, M of V. Hoe zit dat dan? Nou gewoon. mensen die voelen dat M of V niet over hen gaat, voor wie de binaire ideologie heeft afgedaan. Die misschien überhaupt niet meer zo in gender geloven.

Hoe ga je daar mee om? Vooral de personen in kwestie geloven. Niet twijfelen. Verdiep je er in. En vraag het niet aan het ziekenhuis of zo. Als iemand gaat trouwen praat je ook met die mensen, niet met de ambtenaar.

Allerlei mensen zijn genderfluïde. En je ziet het vaak niet. Je gaat het pas zien als je het door hebt. je vindt ze zelfs op de buis, als presentator, maar dat zie je niet want de Nederlandse TV is godvergeten seksistisch. Zelden een vrouw aan tafel bij DWDD, altijd met seksistische opmerkingen en opinies. En als een professor de Universiteit van Nederland presenteert doet ze dat in een rokje met kousen. Tssk. Suffe heteronorm.

Ik heb voor veel normen geen respect. Al helemaal niet voor normen hoe je er al hetero en als vrouw ook nog eens uit moet zien. Het heterosysteem is slecht voor vrouwen, voor mannen, voor iedereen. Nok daar es mee. En wordt een vrolijke gay. Of zo .

En heel veel mensen zijn er publiek niet zo open over omdat die buitenwereld het niet snapt. Ze snappen homo niet eens goed, laat staan dat ze elissogender snappen, of fluïde. Bij androgynie denken ze aan witte magere modellen, vaak cisvrouwen in een mannenpak. maar dikke gekleurde modellen? dat valt buiten het idee van androgyn. Raar eigenlijk. Zoals niet-witte transen in Nederland ook nog steeds raar is. Raar eigenlijk.

Een illustratief gedicht trof ik aan op Beyond The Binary UK, van Steph Kyriacou


I am everything and nothing
all at once
girl and boy and both and neither
all crammed into one body
she writhes in my throat
catching my words before I speak
while he curls around my lungs
making it hard for me to breathe

she sits on my shoulders
whispering into my ear
as he crawls into the spaces
between my trembling fingers

she bangs on my chest
war cries making my ribs crack
and he claws at my eyes
until I can no longer see myself

they snarl and fight
evenly matched
neither one winning
or losing
both just
there


until the day I realise
that it’s okay to let her speak
when her voice is soft and gentle
and his words are a thing of beauty
when they are sweet with poetry and love
I don’t have to choose
one or the other

for I am both
and neither
at the same time
and that’s just how it is.

Dit is één verhaal. en verhalen verschillen, per plek, per tijd, per mens.

Het is in het algemeen ook niet onze taak als fluïden, neutralen, queers, transen, om jullie heterosuele studenten en professionals de weg te wijzen. Behalve dan de degenen die als ik in de educatie zitten, beroeps zijn. In het algemeen geldt Just Fucking Google It. Lees je in en kom dan met serieuze vragen. Net als met racisme, met Zwarte Piet, met ieder topic van je studie. Maar nu doe je het dus inderdaad wel goed, want je nodigt mij uit.

Dysforie

Bij trans* en bij fluïde, genderqueer etc. hoort ook de vraag van “dysforie”, “incongruentie”. Dat zijn de termen van respectievelijk de DSM-5 en de ICD-11beta. Wie nu nog de term “genderidentiteitsstoornis” gebruikt in zhaar werk, verdient een draai om de oren. Dat begrip is uit 1992 en leidde van begin af aan tot woede van de transmensen. Drie keer raden waarom.

Antwoord is natuurlijk dat er niks gestoord is aan onze identiteit. Dat we anders zijn makt het nog niet tot een stoornis. De DSM-5 is in die zin een stap vooruit dat de terminologie verandert en de focus ligt op de ellende die je hebt van je trans-zijn. Maar als je verder, dieper de DSM in kijkt, is er uiteindelijk vrijwel geen spatader veranderd.

“You never know what you’ve got until you read about it in the DSM-5”

Maar dysforie (om die term even aan te houden maar) is om te beginnen vooral een vorm van minderheidsstress en van verzet. zoals veel depressie, angststoornissen, eetstoornissen ook als vorm van verzet – al dan niet bewust – zijn te lezen. Ik hoop dat jullie bekend zijn met het begrip minderheidsstress? Iemand die een definitie 1 kan geven?

De hele ciswereld verklaart je voor gek, zeker wanneer ze je niet kennen en ze niet al eerder zijn voorgelicht. Niet zo heel anders als met homoseksualiteit. (ja het is iets totaal anders, maar er zijn overeenkomsten). Dat je daar naar van wordt is niet gek. En hoe eerder en duidelijker je van jezelf weet dat je geen jongetje/meisje bent terwijl iedereen dat zegt, des te heftiger wordt dat. Anders heb je een paar jaar uitstel en sommigen durven pas aan het einde van hun carrière toe te geven dat ze niet kloppen met het beeld dat anderen van hen hebben.

Maar dat je geen ernstige dysforie ervaart wil helemaal niet zeggen dat je minder trans bent. En dat je genderqueer/fluïde bent, wil andersom niet zeggen dat je geen dysforie of incongruentie ervaart. Sommigen ervaren meer sociale dysforie dan lichamelijke. Anderen hebben een meer positief zelfbeeld en komen met een positieve zorgvraag: Voor mij is het belangrijk dat mijn lijf op deze manier eruit ziet. En anderen barsten van de lichamelijke dysforie, kunnen niet met hun lichaam door één deur zogezegd. Alles komt voor, allemaal zijn ze ze trans*. Dat je trans* bent wil dus niet zeggen dat je last hebt van je lichaam en gebrek aan dysforie invalideert je identiteit niet. Transen zijn er in alle soorten en maten. En in alle leeftijden.

Kinderen

Sommige kinderen weten met een jaar of drie al heel stellig: ze zijn geen jongetje, ze zijn geen meisje. Ze zijn als hun zusje/broertje, buurjongen/meisje, papa/mama. En vanaf een jaar of zes willen ze dan een rolwisseling doen. Als meisje leven, het meisje dat ze zich voelen, andere naam, andere kleren. Uiteindelijk ook op school.

En hoe regel je dat nou? Wel, door als ouders en verzorgers in elk geval achter het kind te gaan staan. Vierkant. Dat is het beste voor het kind. En ook als onderwijzend, hulpverlenend en ondersteunend personeel is je taak achter het kind te staan, het belang van het kind is jouw belang.

Het is ook het recht van het kind. Ik heb geen idee of jullie wel eens met het Kinderrechtenverdrag hebben moeten werken? De pedagogen onder jullie hoop ik in elk geval. Het is heel belangrijk want dit VN verdrag, waartoe ook Nederland is toegetreden, stelt heel nadrukkelijk dat kinderen in alles waarover ze over zichzelf kunnen beslissen, dat recht ook moeten hebben. De facto. Dat recht niet toekennen is een schending van het Verdrag en van de rechten van het kind. En volwassenen gedragen zich zeer vaak bevoogdend over kinderen. Nederlands onderwijs is er ook niet op gericht om de kinderen helemaal tot volle bloei te laten komen, mensenrechtenonderwijs is nauwelijks deel van het curriculum en maatschappelijke vorming staat niet hoog in aanzien. En zaken als seksuele en genderdiversiteit komen maar in een kwart van de middelbare scholen aan de orde. Terwijl er langzamerhand gewerkt moet worden aan leeftijdsgeschikte lager onderwijsvoorlichting en bewustmaking.

Transkinderen hebben vaak al behoorlijk jong een clue dat ze anders zijn. En waarmee dat te maken had. Hoeveel aandacht we daaraan schenken hangt erg samen met de vraag hoe geoorloofd het is, hoe écht is.

“Support Muslim Trans Youth”

Hoe maak je het nou mogelijk dat kinderen zich al snel gaan ontwikkelen in de richting die ze willen? Hoe zorg je dat je het niet tegenhoudt?

Als je op de basisschool werkt, door geen scheiding tussen meisjes en jongens te maken, geen gegenderde rijen. Laat de kinderen op kleur, kleren, of op schoenmaat, of op bankgenootjes, rijgenootjes, samen gaan. Weet ik veel, maar niet jongens in een rij en meisje in een rij. En wie onverhoopt ‘verkeerd’ terecht komt laat je er lekker zitten. En je gaat pesten – sowieso natuurlijk – tegen. En niet een beetje maar heel sterk. Voor pabo-studenten zou ik dit nog eens verder moeten uitwerken en met een paar basisschoolleraressen en ouders verder doorpraten.

Voor ik weer naar de volwassenen overstap is er iets dat jullie echt moeten snappen. Dit is met name voor de aanstaande kinderpsychologen van belang maar ook wel voor de anderen. In de DSM-5 staat ook een diagnose genderdysforie bij kinderen. En die hoort daar niet, die mag daar niet, die moet Er Uit. En in de komende ICD – waar trans* uit het hoofdstuk psychiatrie is gehaald – wil men ook een diagnose voor genderincongruentie bij kinderen neerzetten. en dat is een schande, een grove schande.

Vraagje aan de psychologen: als ouders komen met een kind dat zich zeer gay gedraagt? Wat doe je dan? Behandel je dat kind? Geef je het een diagnose? “They are só gay“? Of stel je de ouders gerust, dat dat ook tot het leven behoort?

En als het kind nou trans zou zijn? Of zich niet als jongetje maar veel meer als meisje identificeert en een veel vrouwelijker genderexpressie heeft? Wat dan?

Voor de duidelijkheid het gaat hier om prepuberale kinderen, die nog niet Tanner-2 bereikt hebben (duidelijk begin van fysieke puberteit). Daar wil men een medische (psychiatrische) diagnose aan geven. Omdat ze anders zijn. En omdat er sprake is van een diagnose is Anders hier equivalent aan Ziek, Afwijkend, Moet Iets Aan Gedaan worden.

We hebben nu eindelijk een jaar of twintig geleden homoseksualiteit de DSM en de ICD uit kunnen rotten. Tot die tijd was homoseksualiteit officieel een afwijking, een aandoening. Langer geleden was het een gemoedsaandoening. Dat moet jullie historische vakkennis doen oplichten. Als iets een gemoedsaandoening is, is het voor zenuwarts, en betreft het vrouwen (hysterie anyone?). Of homo’s, maar dat zijn halve vrouwen. Of transen, dat zijn mislukte homo’s. Zulke opvattingen zitten erachter uiteindelijk. Een zwaar cisnormatief en heteronormatief denkkader.

Met trans* is het uiteindelijk een zelfde idee: een kind kan nog niet weten dat het trans* is. Een gendercreatief kind heeft geen medische hulp nodig. Hooguit heeft het steun nodig, een ruggensteun om zich stabiel te kunnen ontwikkelen tot wie ze zich voelen. Net als holebi kinderen. Die kunnen bij problemen ook gewoon bij hulpverlening terecht om te leren hoe met zichzelf en hun gevoelens om te gaan. Dat is jullie vak tenslotte. Transkinderen zijn niets anders.

Het verhaal van de jongeren sla ik nu even over, daar komen vast wel vragen over, en anders is dat wel behoorlijk bekend.

Maar wat als het kind spijt krijgt?

Wat als jij spijt krijgt van je studie? van wel of geen kinderen? van wel of niet trouwen? Wel of niet die baan nemen? Spijt hoort bij het leven.

SPIJT!

En als je een kind – of wie dan ook – rustig laat uitzoeken wie ze zijn en hoe ze willen leven, dan is het ook niet erg als ze later zeggen van “Nou het was mooi, maar dit is toch niet hoe ik wil doorgaan.” En dan ‘teruggaan’. Een andere weg in slaan.

Juist omdat er geen medisch ingrijpen aan te pas komt is er geen mens overboord. En later, wanneer er wel medisch ingrijpen is, gaat de persoon in kwestie echt niet meteen onder het mes. En mensen gaan niet over één nacht ijs met deze zaken. Een onderzoek uit New York heeft ook aangetoond dat onder een populatie van ca 1740 transgender zorggebruikers van een LHBT gezondheidskliniek die voor hormonen kwamen, minder dan één procent is gestopt en niemand spijt had van hun keuzes. Er ligt geen dwang aan ten grondslag, niemand die je in een bepaald proces duwt. En er is niets mis met spijt hebben, het hoort bij het leven. Het is jammer als je van iets belangrijks spijt krijgt, maar niet het einde van de wereld.

Onbekenden

Hoe reageren onbekenden? Dat hangt van een hoop zaken af. Dat weten de gays en de vrouwen onder jullie zeker ook. Sowieso geef je natuurlijk nooit aanleiding tot enigerlei misdragingen van anderen. Doorgaans ben je gewoon met iets bezig. je loopt of fietst op straat, je staat bij de printer, loopt de collegezaal in, whatever. En dan komt er een of andere goochemerd die zegt dat ie je niet begrijpt, niet snapt hoe je door het leven gaat. Dan kijk je hem (heel vaak hem) aan met een verstoorde blik en vraagt hem zich met andere zaken bezig te houden. Daar kunnen ze problemen mee hebben. Want een 50% van de Nederlandse bevolking heeft dat. Die vinden het ergerlijk als ze niet kunnen opmaken of iemand een man of een vrouw is. Andere categorieën zijn niet gevraagd in het onderzoek, maar er bestaan ook legaal geen andere categorieën. Vreren bestaan niet voor de wet. Genderlozen zijn er niet, alleen twee of drie geslachtslozen. Multigender, agenders: het kan allemaal niet. Nergens niet overigens. het beste wat je kunt krijgen – en dat vind ik OK – is een “geslacht onbekend”. Het gaat alleen mij, de mijnen en mijn medische behandelaar (in specifieke gevallen) aan of en wat voor geslacht dan wel gender ik heb. Gender is nog nuttig misschien in verband met aanspreekvorm, maar bij onze oosterburen is het zeer gebruikelijk om het over Professor So-und-so te hebben, is titulatuur belangrijker. Is men overigens ook wel nadrukkelijker geslachtelijk ingesteld. Het gaat erom dat je goed wordt aangesproken, met de titel die jij aangeeft, end dat is vaak niet perse meneer of mevrouw. Waarbij ik zelf dan de neiging heb om iedereen te jij’en en jouwen. dat doe ik ook tegen de dokter, ik ben wat wars van hiërarchie en van standen en klassen, ben tenslotte een queer socialist.

Terug naar hoe de buitenwereld reageert, soms alleen is dat aanspreken al een issue. “Wát ben je? Hóe zeg je?” Meteen gaat men ook over op je en jou en laat men respect varen. Men raakt verward en in sommige gevallen leidt dat ook tot verbaal of fysiek geweld. Tot microagressie sowieso heel vaak.

Zelf heb ik er niet heel veel last van omdat ik sowieso onplaatsbaar ben. Maar ook tot een leeftijdsgroep behoor waar je niet meer meteen tegenin gaat. Ik had jullie prof kunnen zijn. En ik ben een continu shimmering, flikkerend, changeant beeld. Je kunt niet 1-2-3 opmaken hoe ik mijzelf wil plaatsen qua gender en dat klopt ook. Het maakt niet uit tot je te lang “hij”of “zij”zegt. daar wordt ik wat moe van. Je geaarzel vind ik amusant en zal ik ook zeker stimuleren. Onzekerheid, niet-weten is een groot goed.

Zowel binaire als non-binaire meer fluïde transpersonen kunnen ongelooflijk veel gelazer krijgen of bijna niets omdat ze zich goed voelen en in een goede omgeving zitten. Maar in het buitenland is trans zijn vaak een dodelijke bezigheid. Sinds Transgender Europe in 2009 begon met monitoren hebben we meer dan 2000 transdoden geteld die door andermens hand zijn gevallen. (twee slides). Zelfdoding zit hier niet in. En we kunnen maar beperkt meten. Dit is dus echt niet meer dan het tipje van de ijsberg. In Europa is Italië verreweg het beroerdste land, met Turkije. We tellen daar (d.d. 2015) 33 resp. 41 moorden. Alles wegens precaire leefsituatie, “living while trans*”. “walking while trans*”

Hoe minder cisnormatief je eruit ziet, hoe hoger het risico. En Nederland heeft ook vier moorden gehad.

Hulpverlening

In de hulpverlening is culturele competentie vereist. Die krijg je niet van de academische experts maar van ons. Enige experts die je mag raadplegen is Transvisie zorg van PsyQ/Parnassia. De transen en fluïden zelf. Niet de gevestigde clinici. Die snappen het niet. Niet Radboud Uni. Die van VUmc al helemaal niet. Als je over homo’s iets wil weten of over – dwarsstraat – gekken, of Syriërs, of rolstoelers, dan vraag je het hén. Niet de experts. Overigens kan je prima een gekke rolstoeler treffen of een Syriër in een rolstoel. Dan moetje met beide factoren rekening houden. Met een witte Nederlander doe je datt niet expliciet want je bent van de zelfde normgroep. Je kent de cultuur als je broekzak want je groeide er in op. Als dat niet het geval is omdat je uit Duitsland komt, of omdat je een Alevitische achtergrond hebt, zie je dingen des te scherper. De psy’s onder jullie moeten sowieso ook met de mensen werken. En je moet luisteren en je bewust zijn van je vooroordelen.

Je moet weten dat algemene gevoelsvariaties en neurodiversiteit (bij jullie bekend als bijv autisme of ADHD) voor ieder anders werken en veel te malen hebben met maatschappelijke onderdrukking. Keurslijf. Macro en micropolitiek die het wegwerkt, ziek en gek verklaart.

Terwijl zaken als genderdysforie en neurodiversiteit voor een groot deel verzet zijn tegen een manier van leven en produceren. Net als genderdysforie. Je bent anders en wilt. kunt niet op die manier van de meeste mensen werken. Dat kunnen die meeste mensen overigens ook niet zonder blijvende schade. Houd dat ook in de gaten. Door deelname aan het arbeidsproces raak je ook beschadigd. Want het gaat niet om jou het gaat om de winst. Dat weet je vast van je studiebaantjes en schoolbaantjes. En ziek worden is een effect van slechte arbeids- en leefomstandigheden, die niet passen, waar je niet tegen kan. Dan gaat je lichaam zeggen Dikke doei, ik staak. En je krijgt een burn out. Veel ‘genders’ hebben ook een burn-out. Een gender burn-out.

De omgeving

Tja. Op een afstandje wordt het meer en meer als een gegeven aangenomen. dat is goed. Je hebt ook holebi’s of je dat nou bent of niet. En je hebt transen. Dus waarom geen niet-man/niet-vrouw personen.

Een paar jaar geleden hielden Roze Links en FemNet een bijeenkomst over genderregistratie en een van de argumenten was dat het idee M/V zeer breed gedeeld wordt, bijna 100%. Maar dat het niet per se díep gedeeld wordt. En daar lijkt het op; het gemak waarmee de minister van justitie akkoord gaat met onderzoek, het gemak waarmee gemeentes overstag gaan om minder bekrompen altijd meneer of mevrouw te schrijven .. het geeft verandering aan. Er is ook een conservatieve onderstroom van reaguurders die tegen het idee fulmineert maar reaguurders zijn een soort trollen en die hebben geen gender, geen leven. Die zwoegen op lelijk en naar zijn. En er zijn superreaguurders, die heten PVV’ers en zulks tuig.

Je ziet op de universiteit in elk geval een grote populariteit voor genderdingen. maar buiten het hoger opgeleidengebeuren ligt het allemaal nog wel wat moeilijker. Het hangt nogal af van het gender van het bedrijf, het beroep en de sector. En dan van de persoonlijke overtuiging, culturele achtergrond, religie etc. En nee, genderqueer is niet een wit hoger-opgeleidending. Talloze hoger-opgeleiden zijn hier even clueless in als de gemiddelde mens op straat. Ik zou niet verbaasd zijn om in niet-witte en/of meer economisch precaire kringen nog veel meer fluïditeit tegen te komen. Waar het lastig is een duidelijke keuze te maken kun je wel makkelijker een semi-zichtbare marge, fluïditeit ontwikkelen. Onder druk wordt alles vloeibaar en stromen zaken nog wel eens anders dan je denkt.

Enerzijds is het zaak dat er meer bekendheid en inzicht komt jegens genderqueer en zo. Anderzijds: met al die dingen en legalisatie ben je er nog niet. Stel we kunnen prachtig fluïde zijn. Dat wil nog niet zegen dat we een goede job krijgen. Wil niet zeggen dat we niet worden lastiggevallen. Het huidige systeem kan veel aan is niet perse homofoob of transfoob.

Niettemin is het op praktisch gebied, in de dagelijkse praktijk al een heel verschil als significant meer mensen zich open stellen voor nobi’s en erkennen dat we er zijn en dus evenveel rechten moeten hebben als zij.

  1. Definitie: Minority stress is the relationship between minority and dominant values and resultant conflict with the social environment experienced by minority group members (APA) Of uitgebreider, volgens Wikipedia: “Minority stress describes chronically high levels of stress faced by members of stigmatized minority groups. It may be caused by a number of factors, including poor social support and low socioeconomic status, but the most well understood causes of minority stress are interpersonal prejudice and discrimination.”