Panta rhei

Onderstaande is de tekst van eeen lezing die ik voor Nijmeegse pedagogiek en psychologiestudenten hield in 2016

“Genderfluïde”, “genderneutraal”, “genderqueer”, “agender”, “multigender” … Allemaal termen die één ding duidelijk maken: degenen die zich de etiketten toe-eigenen of die de etiketten bedenken, hebben persoonlijke en/of politieke moeite met de hokjes man en vrouw als enige optie. En ook wel met het bestaan van de hokjes op zich.

Een oud-collega kenschetste mij als” Schrödingers gender”. U weet wel, naar Schrödingers kat die tegelijk levend en dood is, totdat de waarnemer kijkt; dan pas krijgt de kat een vaste status, levend of dood. Zo hangt mijn gendertoestand af van wie er naar me kijkt.

Wanted – dead and alive: Schrödinger’s cat

Ik vlecht mijn eigen verhaal her en der door het algemene verhaal door, ik heb geen zin in een pure autobiografie, als geslaagd bekentenisdier. Jullie hoeven niet precies te weten hoe ik in elkaar zit, wat mijn geschiedenis is. Wat belangrijk is, dat vertel ik dus als het ware tussen de bedrijven door.

Ik identificeer mijzelf – vooralsnog en sinds kort – als “elissogender” wat wel gendermeander betekent. Ik slinger wat tussen allerlei genders door. Voor mij boeit het persoonlijk niet zo waar ik nou precies zou staan in het genderspectrum. Ik loop met mijn hoofd meer in de genderwolken. Gender is ook eerder een wolk dan een (lineair) spectrum. Begin jaren 1990 waren er queere jongeren in Australië die op een mailinglijst (soort Google groep avant la lettre) riepen “Gender is a sphere” En ik vond dat een geweldig idee. Ik kwam al gauw met het gender-heelal. Net zo inflatoir als het fysieke heelal. Ooit met een instabiel vacuüm (de oersoep) begonnen, dijde dat in het begin razendsnel uit (inflatiefase) en daarna ging het gestager. Materie stabiliseerde vormde sterren en planeten, brandde op, vormde zware elementen en hergroepeerde in weer andere hemellichamen.

Tegenwoordig versnelt het heelal weer qua uitdijing. En dat doet gender ook. De genderwereld wordt in rap tempo groter en er komen wekelijks nieuwe termen bij. Elissogender ken ik nog maar een paar maanden.

Parallel hieraan eindigt gender misschien wel als zwart gat waarin allerhande identiteiten en expressies verdwijnen als het hun tijd is om in compleet gemuteerde en getransformeerde vorm elders op te duiken. Het eerste wat in het grote zwarte gendergat mag verdwijnen is de klassieke heteroman en -vrouw. Die levenswijzen hebben zichzelf nou wel overleefd. Als je ook ziet hoeveel moeite er nodig is om dat netjes overeind te houden … daar staat een hele lobby achter. Ik denk dat we langzamerhand “peak gender” wel hebben gehad. Zoals we nu op “peak oil” zitten.

Even kort iets meer over mij, over wie ik ben. Ik ben Vreer en ik ben een vreer. U weet wel, geen mevrouw en geen meneer maar een mevreer, (voornaamwoorden) en ik ben radicaal links. Ik zeg het maar vast. dan hoeven jullie niet meer te denken “Jeetje, die denkt wel heel radicaal hoor. Da’s mij te radicaal.” Voor de meesten van jullie zal het dat vast wel zijn, hoewel: ik zit in Nijmegen, met een mooie rooie geschiedenis en dit jaar nog een leuke 1 mei manifestatie. Hebben jullie die meegemaakt? Toespraak van Ramon gehoord? Over uitbuiting en opbranden? Verenig je, dan sta je sterker tegen je bazen.

In het dagelijks leven ben ik een afentoe betaalde maar nog steeds precair levende trans* activist. Ik houd mij bezig met de invloed van mensenrechten op het leven van trans* en inter* personen. Ik bestuur bij Transmotion, degenen achter het Transcreen filmfestival die over 18 dagen bij jullie in de stad zijn. En bij Transgender Europe, de Europese trans belangen organisatie . En ik werk aan betere standaarden voor trans*zorg, hier via Principle 17 en wereldwijd. Onder andere via de internationale expertgroep van , Global Activists for Trans* Equality om de ICD te verbeteren.

Ik ben 53 jaar en kom uit Amsterdam. Ook geef ik regelmatig les aan Amerikaanse studenten sociaal beleid in Europa en aan wederom Amerikaanse gender- en seksualiteitsstudenten.

Mijn hoofdactiviteit op het moment is pleitbezorging voor een beter internationale gezondheidsclassificatie, ICD-11. Die moet op trans-gebied omgeschoffeld worden en dat lijkt ook redelijk te gebeuren. Hoewel men er nog steeds wel een volslagen onterechte diagnose voor genderincongruentie bij (prepuberale) kinderen in wil houden en daar vecht ik hard tegen met een internationale groep experts. Later kom ik hier nog op terug, want het heeft ook heel erg met fluïditeit te maken.

Ik zal het vanavond hebben over de classificatie van genderfluïditeit, enige casuïstiek aangeven, spreken over kinderen en jongeren en over hulpverlening. Daarbij zal ik heikele kwesties en hete hangijzers aangeven. Uiteindelijk is het een vrij lang, maar onderhoudend en helder verhaal. Verhelderingsvragen kun je tijdens mijn verhaal stellen, achteraf kun je betwisten en andere vragen stellen. Ik hoef niet voor tienen weg dus profiteer ervan.

Definities

Ik zal nu volledigheidshalve nog een aantal relevante basisbegrippen aangeven.

Om te beginnen, het begrip transseksueel is verouderd en afgekeurd. Schrap het uit je vakvocabulaire en stop het ergens in je historisch woordenboek. Gebruik trans*. Met of zonder sterretje, asterisk. Desnoods transgender als je wetenschappelijk wilt klinken.
De reden hiervoor is dat het een psychiatrische definitie is die zwaar beperkend werkt en alleen de mensen die nadrukkelijk hun geslachtelijkheid veranderen erkent. En dan niet als transgender, maar als transitionerend naar ‘het’ andere gender.

Alwaar we een volgend probleem vinden. Er is niet zoiets als ‘het’ andere gender of geslacht, hooguit is er alleen juridische erkenning voor de andere keuze in een genderdichotomie.

Die fysieke verandering heeft niet zo heel veel met de identiteit te maken. In 28 van de Europese landen moet je nog steeds letterlijk lichamelijk van geslacht veranderen, genitale reconstructie ondergaan, teneinde juridisch van geslacht te kunnen veranderen. Een zware aantasting van het recht op onschendbaarheid van het lichaam, het recht op autonomie (dat sowieso al beperkt is, denk aan de verplichte abortusconsultatie). Dus transseksueel, of in Transpolari “transseksofiel”, is verkeerd, want psychiatrisch en juridisch, verplicht, niet perse gevoeld en overjarig.

Intersekse

Het voordeel van trans* met sterretje is dat het de verfoeide transseksueel bevat, de verguisde travestiet of crossdresser, de genderqueer, de agender, de elissogender en alles wat zich verder onder de transparaplu wil begeven.

En al dit trans* gebeuren heeft vervolgens weer niets te maken met intersekse. Want intersekse, DSD, hermafrodieten, is een kwestie van geslachtsvariatie, een lichamelijk verschijnsel van niet genoeg of te veel mannelijk of vrouwelijk in de het lichaam zijn.

Sommige interseksepersonen melden zich wél soms als transgender, omdat er een verkeerde beslissing is gemaakt bij de originele geslachtstoewijzing. Maar dat is een kwestie van een foutieve en overbodige medische inschatting en vaak ook de juridische gevolgen van medische ingrepen corrigeren.

Hanne Gaby Odiele, openlijk intersekse model

Bij transgender is in er principe lichamelijk niets dat verraadt dat er iets ‘mis’ zou zijn. Het lichaam wijkt niet perse af van de standaard vormgeving qua geslachtsdelen, chromosomen en hormonen. Trans* is een vorm van genderdiversiteit – waarbij het lichaam ondergeschikt is. Intersex is een vorm van geslachtsdiversiteit, geslachts-variatie, waarbij de genderidentiteit ondergeschikt is.

Nou weet ik dat hele volksstammen zich met hun man-zijn of hun vrouw-zijn identificeren. Zo heb je het geleerd. Je weet niet beter. Dit is wat er is and there ain’t no more. Maar ja, dat ligt dus toch wel wat genuanceerder.

Genderdissidenten

En er is al jaren en eeuwen aan niet-standaard gegegenderd gedrag. maar dat zijn allemaal genderdissidenten. sodomieten en lollepotten zijn eeuwen oud. Er is de molly, seksueel passieve ‘man’, die de pre-medische trans van de jaren 1700 was. En de trans*mensen van tegenwoordig zijn gevormd door psychiatrische ideeën. En omdat je door allerlei hoepels moet heen springen wil je erkenning krijgen, ga je daar maar op trainen. Zo hebben hele volksstammen trans*mensen zich getraind in het vertellen van verhalen dat ze zo vreselijk in het verkeerde lichaam zitten. Dat vonden homo’s overigens ook een eeuw geleden van zichzelf, want dat had de psychiatrie hen geleerd en de geneeskunde. Toen ze 30-40 jaar later niet meer geestesziek waren als homo’s en lesbo’s ging het ze een stuk beter en gingen ze zich verder emanciperen tot ze net zo gewoon werden als de gemiddelde mens. Nu is dat proces met veel meer media-aandacht aan het gebeuren met transmensen. Kijk naar het schattige Hij is een Zij, wat een heel slechte titel is overigens. En ik vind het een prut-serie, want veel te binair en veel te versimpeld.

Drawing of a white person in hoodie with genderqueer color lavender-white-green. Text on shirt says: What gender?

Fluïde. Wat is dat?

Van alles, vooral niet (alleen) A of B, M of V. Hoe zit dat dan? Nou gewoon. mensen die voelen dat M of V niet over hen gaat, voor wie de binaire ideologie heeft afgedaan. Die misschien überhaupt niet meer zo in gender geloven.

Hoe ga je daar mee om? Vooral de personen in kwestie geloven. Niet twijfelen. Verdiep je er in. En vraag het niet aan het ziekenhuis of zo. Als iemand gaat trouwen praat je ook met die mensen, niet met de ambtenaar.

Allerlei mensen zijn genderfluïde. En je ziet het vaak niet. Je gaat het pas zien als je het door hebt. je vindt ze zelfs op de buis, als presentator, maar dat zie je niet want de Nederlandse TV is godvergeten seksistisch. Zelden een vrouw aan tafel bij DWDD, altijd met seksistische opmerkingen en opinies. En als een professor de Universiteit van Nederland presenteert doet ze dat in een rokje met kousen. Tssk. Suffe heteronorm.

Ik heb voor veel normen geen respect. Al helemaal niet voor normen hoe je er al hetero en als vrouw ook nog eens uit moet zien. Het heterosysteem is slecht voor vrouwen, voor mannen, voor iedereen. Nok daar es mee. En wordt een vrolijke gay. Of zo .

En heel veel mensen zijn er publiek niet zo open over omdat die buitenwereld het niet snapt. Ze snappen homo niet eens goed, laat staan dat ze elissogender snappen, of fluïde. Bij androgynie denken ze aan witte magere modellen, vaak cisvrouwen in een mannenpak. maar dikke gekleurde modellen? dat valt buiten het idee van androgyn. Raar eigenlijk. Zoals niet-witte transen in Nederland ook nog steeds raar is. Raar eigenlijk.

Een illustratief gedicht trof ik aan op Beyond The Binary UK, van Steph Kyriacou


I am everything and nothing
all at once
girl and boy and both and neither
all crammed into one body
she writhes in my throat
catching my words before I speak
while he curls around my lungs
making it hard for me to breathe

she sits on my shoulders
whispering into my ear
as he crawls into the spaces
between my trembling fingers

she bangs on my chest
war cries making my ribs crack
and he claws at my eyes
until I can no longer see myself

they snarl and fight
evenly matched
neither one winning
or losing
both just
there


until the day I realise
that it’s okay to let her speak
when her voice is soft and gentle
and his words are a thing of beauty
when they are sweet with poetry and love
I don’t have to choose
one or the other

for I am both
and neither
at the same time
and that’s just how it is.

Dit is één verhaal. en verhalen verschillen, per plek, per tijd, per mens.

Het is in het algemeen ook niet onze taak als fluïden, neutralen, queers, transen, om jullie heterosuele studenten en professionals de weg te wijzen. Behalve dan de degenen die als ik in de educatie zitten, beroeps zijn. In het algemeen geldt Just Fucking Google It. Lees je in en kom dan met serieuze vragen. Net als met racisme, met Zwarte Piet, met ieder topic van je studie. Maar nu doe je het dus inderdaad wel goed, want je nodigt mij uit.

Dysforie

Bij trans* en bij fluïde, genderqueer etc. hoort ook de vraag van “dysforie”, “incongruentie”. Dat zijn de termen van respectievelijk de DSM-5 en de ICD-11beta. Wie nu nog de term “genderidentiteitsstoornis” gebruikt in zhaar werk, verdient een draai om de oren. Dat begrip is uit 1992 en leidde van begin af aan tot woede van de transmensen. Drie keer raden waarom.

Antwoord is natuurlijk dat er niks gestoord is aan onze identiteit. Dat we anders zijn makt het nog niet tot een stoornis. De DSM-5 is in die zin een stap vooruit dat de terminologie verandert en de focus ligt op de ellende die je hebt van je trans-zijn. Maar als je verder, dieper de DSM in kijkt, is er uiteindelijk vrijwel geen spatader veranderd.

“You never know what you’ve got until you read about it in the DSM-5”

Maar dysforie (om die term even aan te houden maar) is om te beginnen vooral een vorm van minderheidsstress en van verzet. zoals veel depressie, angststoornissen, eetstoornissen ook als vorm van verzet – al dan niet bewust – zijn te lezen. Ik hoop dat jullie bekend zijn met het begrip minderheidsstress? Iemand die een definitie 1 kan geven?

De hele ciswereld verklaart je voor gek, zeker wanneer ze je niet kennen en ze niet al eerder zijn voorgelicht. Niet zo heel anders als met homoseksualiteit. (ja het is iets totaal anders, maar er zijn overeenkomsten). Dat je daar naar van wordt is niet gek. En hoe eerder en duidelijker je van jezelf weet dat je geen jongetje/meisje bent terwijl iedereen dat zegt, des te heftiger wordt dat. Anders heb je een paar jaar uitstel en sommigen durven pas aan het einde van hun carrière toe te geven dat ze niet kloppen met het beeld dat anderen van hen hebben.

Maar dat je geen ernstige dysforie ervaart wil helemaal niet zeggen dat je minder trans bent. En dat je genderqueer/fluïde bent, wil andersom niet zeggen dat je geen dysforie of incongruentie ervaart. Sommigen ervaren meer sociale dysforie dan lichamelijke. Anderen hebben een meer positief zelfbeeld en komen met een positieve zorgvraag: Voor mij is het belangrijk dat mijn lijf op deze manier eruit ziet. En anderen barsten van de lichamelijke dysforie, kunnen niet met hun lichaam door één deur zogezegd. Alles komt voor, allemaal zijn ze ze trans*. Dat je trans* bent wil dus niet zeggen dat je last hebt van je lichaam en gebrek aan dysforie invalideert je identiteit niet. Transen zijn er in alle soorten en maten. En in alle leeftijden.

Kinderen

Sommige kinderen weten met een jaar of drie al heel stellig: ze zijn geen jongetje, ze zijn geen meisje. Ze zijn als hun zusje/broertje, buurjongen/meisje, papa/mama. En vanaf een jaar of zes willen ze dan een rolwisseling doen. Als meisje leven, het meisje dat ze zich voelen, andere naam, andere kleren. Uiteindelijk ook op school.

En hoe regel je dat nou? Wel, door als ouders en verzorgers in elk geval achter het kind te gaan staan. Vierkant. Dat is het beste voor het kind. En ook als onderwijzend, hulpverlenend en ondersteunend personeel is je taak achter het kind te staan, het belang van het kind is jouw belang.

Het is ook het recht van het kind. Ik heb geen idee of jullie wel eens met het Kinderrechtenverdrag hebben moeten werken? De pedagogen onder jullie hoop ik in elk geval. Het is heel belangrijk want dit VN verdrag, waartoe ook Nederland is toegetreden, stelt heel nadrukkelijk dat kinderen in alles waarover ze over zichzelf kunnen beslissen, dat recht ook moeten hebben. De facto. Dat recht niet toekennen is een schending van het Verdrag en van de rechten van het kind. En volwassenen gedragen zich zeer vaak bevoogdend over kinderen. Nederlands onderwijs is er ook niet op gericht om de kinderen helemaal tot volle bloei te laten komen, mensenrechtenonderwijs is nauwelijks deel van het curriculum en maatschappelijke vorming staat niet hoog in aanzien. En zaken als seksuele en genderdiversiteit komen maar in een kwart van de middelbare scholen aan de orde. Terwijl er langzamerhand gewerkt moet worden aan leeftijdsgeschikte lager onderwijsvoorlichting en bewustmaking.

Transkinderen hebben vaak al behoorlijk jong een clue dat ze anders zijn. En waarmee dat te maken had. Hoeveel aandacht we daaraan schenken hangt erg samen met de vraag hoe geoorloofd het is, hoe écht is.

“Support Muslim Trans Youth”

Hoe maak je het nou mogelijk dat kinderen zich al snel gaan ontwikkelen in de richting die ze willen? Hoe zorg je dat je het niet tegenhoudt?

Als je op de basisschool werkt, door geen scheiding tussen meisjes en jongens te maken, geen gegenderde rijen. Laat de kinderen op kleur, kleren, of op schoenmaat, of op bankgenootjes, rijgenootjes, samen gaan. Weet ik veel, maar niet jongens in een rij en meisje in een rij. En wie onverhoopt ‘verkeerd’ terecht komt laat je er lekker zitten. En je gaat pesten – sowieso natuurlijk – tegen. En niet een beetje maar heel sterk. Voor pabo-studenten zou ik dit nog eens verder moeten uitwerken en met een paar basisschoolleraressen en ouders verder doorpraten.

Voor ik weer naar de volwassenen overstap is er iets dat jullie echt moeten snappen. Dit is met name voor de aanstaande kinderpsychologen van belang maar ook wel voor de anderen. In de DSM-5 staat ook een diagnose genderdysforie bij kinderen. En die hoort daar niet, die mag daar niet, die moet Er Uit. En in de komende ICD – waar trans* uit het hoofdstuk psychiatrie is gehaald – wil men ook een diagnose voor genderincongruentie bij kinderen neerzetten. en dat is een schande, een grove schande.

Vraagje aan de psychologen: als ouders komen met een kind dat zich zeer gay gedraagt? Wat doe je dan? Behandel je dat kind? Geef je het een diagnose? “They are só gay“? Of stel je de ouders gerust, dat dat ook tot het leven behoort?

En als het kind nou trans zou zijn? Of zich niet als jongetje maar veel meer als meisje identificeert en een veel vrouwelijker genderexpressie heeft? Wat dan?

Voor de duidelijkheid het gaat hier om prepuberale kinderen, die nog niet Tanner-2 bereikt hebben (duidelijk begin van fysieke puberteit). Daar wil men een medische (psychiatrische) diagnose aan geven. Omdat ze anders zijn. En omdat er sprake is van een diagnose is Anders hier equivalent aan Ziek, Afwijkend, Moet Iets Aan Gedaan worden.

We hebben nu eindelijk een jaar of twintig geleden homoseksualiteit de DSM en de ICD uit kunnen rotten. Tot die tijd was homoseksualiteit officieel een afwijking, een aandoening. Langer geleden was het een gemoedsaandoening. Dat moet jullie historische vakkennis doen oplichten. Als iets een gemoedsaandoening is, is het voor zenuwarts, en betreft het vrouwen (hysterie anyone?). Of homo’s, maar dat zijn halve vrouwen. Of transen, dat zijn mislukte homo’s. Zulke opvattingen zitten erachter uiteindelijk. Een zwaar cisnormatief en heteronormatief denkkader.

Met trans* is het uiteindelijk een zelfde idee: een kind kan nog niet weten dat het trans* is. Een gendercreatief kind heeft geen medische hulp nodig. Hooguit heeft het steun nodig, een ruggensteun om zich stabiel te kunnen ontwikkelen tot wie ze zich voelen. Net als holebi kinderen. Die kunnen bij problemen ook gewoon bij hulpverlening terecht om te leren hoe met zichzelf en hun gevoelens om te gaan. Dat is jullie vak tenslotte. Transkinderen zijn niets anders.

Het verhaal van de jongeren sla ik nu even over, daar komen vast wel vragen over, en anders is dat wel behoorlijk bekend.

Maar wat als het kind spijt krijgt?

Wat als jij spijt krijgt van je studie? van wel of geen kinderen? van wel of niet trouwen? Wel of niet die baan nemen? Spijt hoort bij het leven.

SPIJT!

En als je een kind – of wie dan ook – rustig laat uitzoeken wie ze zijn en hoe ze willen leven, dan is het ook niet erg als ze later zeggen van “Nou het was mooi, maar dit is toch niet hoe ik wil doorgaan.” En dan ‘teruggaan’. Een andere weg in slaan.

Juist omdat er geen medisch ingrijpen aan te pas komt is er geen mens overboord. En later, wanneer er wel medisch ingrijpen is, gaat de persoon in kwestie echt niet meteen onder het mes. En mensen gaan niet over één nacht ijs met deze zaken. Een onderzoek uit New York heeft ook aangetoond dat onder een populatie van ca 1740 transgender zorggebruikers van een LHBT gezondheidskliniek die voor hormonen kwamen, minder dan één procent is gestopt en niemand spijt had van hun keuzes. Er ligt geen dwang aan ten grondslag, niemand die je in een bepaald proces duwt. En er is niets mis met spijt hebben, het hoort bij het leven. Het is jammer als je van iets belangrijks spijt krijgt, maar niet het einde van de wereld.

Onbekenden

Hoe reageren onbekenden? Dat hangt van een hoop zaken af. Dat weten de gays en de vrouwen onder jullie zeker ook. Sowieso geef je natuurlijk nooit aanleiding tot enigerlei misdragingen van anderen. Doorgaans ben je gewoon met iets bezig. je loopt of fietst op straat, je staat bij de printer, loopt de collegezaal in, whatever. En dan komt er een of andere goochemerd die zegt dat ie je niet begrijpt, niet snapt hoe je door het leven gaat. Dan kijk je hem (heel vaak hem) aan met een verstoorde blik en vraagt hem zich met andere zaken bezig te houden. Daar kunnen ze problemen mee hebben. Want een 50% van de Nederlandse bevolking heeft dat. Die vinden het ergerlijk als ze niet kunnen opmaken of iemand een man of een vrouw is. Andere categorieën zijn niet gevraagd in het onderzoek, maar er bestaan ook legaal geen andere categorieën. Vreren bestaan niet voor de wet. Genderlozen zijn er niet, alleen twee of drie geslachtslozen. Multigender, agenders: het kan allemaal niet. Nergens niet overigens. het beste wat je kunt krijgen – en dat vind ik OK – is een “geslacht onbekend”. Het gaat alleen mij, de mijnen en mijn medische behandelaar (in specifieke gevallen) aan of en wat voor geslacht dan wel gender ik heb. Gender is nog nuttig misschien in verband met aanspreekvorm, maar bij onze oosterburen is het zeer gebruikelijk om het over Professor So-und-so te hebben, is titulatuur belangrijker. Is men overigens ook wel nadrukkelijker geslachtelijk ingesteld. Het gaat erom dat je goed wordt aangesproken, met de titel die jij aangeeft, end dat is vaak niet perse meneer of mevrouw. Waarbij ik zelf dan de neiging heb om iedereen te jij’en en jouwen. dat doe ik ook tegen de dokter, ik ben wat wars van hiërarchie en van standen en klassen, ben tenslotte een queer socialist.

Terug naar hoe de buitenwereld reageert, soms alleen is dat aanspreken al een issue. “Wát ben je? Hóe zeg je?” Meteen gaat men ook over op je en jou en laat men respect varen. Men raakt verward en in sommige gevallen leidt dat ook tot verbaal of fysiek geweld. Tot microagressie sowieso heel vaak.

Zelf heb ik er niet heel veel last van omdat ik sowieso onplaatsbaar ben. Maar ook tot een leeftijdsgroep behoor waar je niet meer meteen tegenin gaat. Ik had jullie prof kunnen zijn. En ik ben een continu shimmering, flikkerend, changeant beeld. Je kunt niet 1-2-3 opmaken hoe ik mijzelf wil plaatsen qua gender en dat klopt ook. Het maakt niet uit tot je te lang “hij”of “zij”zegt. daar wordt ik wat moe van. Je geaarzel vind ik amusant en zal ik ook zeker stimuleren. Onzekerheid, niet-weten is een groot goed.

Zowel binaire als non-binaire meer fluïde transpersonen kunnen ongelooflijk veel gelazer krijgen of bijna niets omdat ze zich goed voelen en in een goede omgeving zitten. Maar in het buitenland is trans zijn vaak een dodelijke bezigheid. Sinds Transgender Europe in 2009 begon met monitoren hebben we meer dan 2000 transdoden geteld die door andermens hand zijn gevallen. (twee slides). Zelfdoding zit hier niet in. En we kunnen maar beperkt meten. Dit is dus echt niet meer dan het tipje van de ijsberg. In Europa is Italië verreweg het beroerdste land, met Turkije. We tellen daar (d.d. 2015) 33 resp. 41 moorden. Alles wegens precaire leefsituatie, “living while trans*”. “walking while trans*”

Hoe minder cisnormatief je eruit ziet, hoe hoger het risico. En Nederland heeft ook vier moorden gehad.

Hulpverlening

In de hulpverlening is culturele competentie vereist. Die krijg je niet van de academische experts maar van ons. Enige experts die je mag raadplegen is Transvisie zorg van PsyQ/Parnassia. De transen en fluïden zelf. Niet de gevestigde clinici. Die snappen het niet. Niet Radboud Uni. Die van VUmc al helemaal niet. Als je over homo’s iets wil weten of over – dwarsstraat – gekken, of Syriërs, of rolstoelers, dan vraag je het hén. Niet de experts. Overigens kan je prima een gekke rolstoeler treffen of een Syriër in een rolstoel. Dan moetje met beide factoren rekening houden. Met een witte Nederlander doe je datt niet expliciet want je bent van de zelfde normgroep. Je kent de cultuur als je broekzak want je groeide er in op. Als dat niet het geval is omdat je uit Duitsland komt, of omdat je een Alevitische achtergrond hebt, zie je dingen des te scherper. De psy’s onder jullie moeten sowieso ook met de mensen werken. En je moet luisteren en je bewust zijn van je vooroordelen.

Je moet weten dat algemene gevoelsvariaties en neurodiversiteit (bij jullie bekend als bijv autisme of ADHD) voor ieder anders werken en veel te malen hebben met maatschappelijke onderdrukking. Keurslijf. Macro en micropolitiek die het wegwerkt, ziek en gek verklaart.

Terwijl zaken als genderdysforie en neurodiversiteit voor een groot deel verzet zijn tegen een manier van leven en produceren. Net als genderdysforie. Je bent anders en wilt. kunt niet op die manier van de meeste mensen werken. Dat kunnen die meeste mensen overigens ook niet zonder blijvende schade. Houd dat ook in de gaten. Door deelname aan het arbeidsproces raak je ook beschadigd. Want het gaat niet om jou het gaat om de winst. Dat weet je vast van je studiebaantjes en schoolbaantjes. En ziek worden is een effect van slechte arbeids- en leefomstandigheden, die niet passen, waar je niet tegen kan. Dan gaat je lichaam zeggen Dikke doei, ik staak. En je krijgt een burn out. Veel ‘genders’ hebben ook een burn-out. Een gender burn-out.

De omgeving

Tja. Op een afstandje wordt het meer en meer als een gegeven aangenomen. dat is goed. Je hebt ook holebi’s of je dat nou bent of niet. En je hebt transen. Dus waarom geen niet-man/niet-vrouw personen.

Een paar jaar geleden hielden Roze Links en FemNet een bijeenkomst over genderregistratie en een van de argumenten was dat het idee M/V zeer breed gedeeld wordt, bijna 100%. Maar dat het niet per se díep gedeeld wordt. En daar lijkt het op; het gemak waarmee de minister van justitie akkoord gaat met onderzoek, het gemak waarmee gemeentes overstag gaan om minder bekrompen altijd meneer of mevrouw te schrijven .. het geeft verandering aan. Er is ook een conservatieve onderstroom van reaguurders die tegen het idee fulmineert maar reaguurders zijn een soort trollen en die hebben geen gender, geen leven. Die zwoegen op lelijk en naar zijn. En er zijn superreaguurders, die heten PVV’ers en zulks tuig.

Je ziet op de universiteit in elk geval een grote populariteit voor genderdingen. maar buiten het hoger opgeleidengebeuren ligt het allemaal nog wel wat moeilijker. Het hangt nogal af van het gender van het bedrijf, het beroep en de sector. En dan van de persoonlijke overtuiging, culturele achtergrond, religie etc. En nee, genderqueer is niet een wit hoger-opgeleidending. Talloze hoger-opgeleiden zijn hier even clueless in als de gemiddelde mens op straat. Ik zou niet verbaasd zijn om in niet-witte en/of meer economisch precaire kringen nog veel meer fluïditeit tegen te komen. Waar het lastig is een duidelijke keuze te maken kun je wel makkelijker een semi-zichtbare marge, fluïditeit ontwikkelen. Onder druk wordt alles vloeibaar en stromen zaken nog wel eens anders dan je denkt.

Enerzijds is het zaak dat er meer bekendheid en inzicht komt jegens genderqueer en zo. Anderzijds: met al die dingen en legalisatie ben je er nog niet. Stel we kunnen prachtig fluïde zijn. Dat wil nog niet zegen dat we een goede job krijgen. Wil niet zeggen dat we niet worden lastiggevallen. Het huidige systeem kan veel aan is niet perse homofoob of transfoob.

Niettemin is het op praktisch gebied, in de dagelijkse praktijk al een heel verschil als significant meer mensen zich open stellen voor nobi’s en erkennen dat we er zijn en dus evenveel rechten moeten hebben als zij.

Revisiting the “Wildcat Strike in the Gender Factory”: Material Effects of Classification

Abstract:

Taking up a central metaphor of “the wildcat strike in the gender factory” from Dwight Billings and Thomas Urban’s formative 1982 article “The Socio-medical Construction of Transsexualism: An Interpretation and Critique,” I trace how trans* 1 lives are tied in with law and medicine, and how psycho-medical classifications affect material lives of trans* people. I question several core elements of contemporary gatekeeping to trans* healthcare. Next, I describe the material effects that classification discourse and medical practice have on the history and future of gender diversity. I argue that classifications serve among other things as a means to limit and control various genders and bodies. In the last part, I take a closer look on the struggle for liberation from these shackles. While Billings and Urban see the trans* phenomenon as a “wildcat strike in the gender factory,” resisting imposed gender categories, this essay explores how prophetic the authors were.

Trans materialities in GJSS

Taking up a central metaphor of “the wildcat strike in the gender factory” from Dwight Billings and Thomas Urban’s formative 1982 article “The Sociomedical Construction of Transsexualism: An Interpretation and Critique,” I trace how trans* lives are tied in with law and medicine, and how psycho-medical classifications affect material lives of trans* people. I question several core elements of contemporary gatekeeping to trans* healthcare. Next, I describe the material effects that classification discourse and medical practice have on the history and future of gender diversity. I argue that classifications serve among other things as a means to limit and control various genders and bodies. In the last part, I take a closer look on the struggle for liberation from these shackles. While Billings and Urban see the trans* phenomenon as a “wildcat strike in the gender factory,” resisting imposed gender categories, this essay explores how prophetic the authors were.

Marxist (Marx & Engels, 1845) and feminist (Haraway, 1988) praxis recommends the author to position themselves and acknowledge how they situate their knowledge production practices. I embody the position of a longtime trans* and socialist activist who founded several trans* collectives in the Netherlands, such as The Noodles and Principle 17, to fight for the right to the highest attainable standard of trans* health. My agenda here is to tell a story that shows how classification means pathologisation of trans* identities, of identities tout court; how it affects trans* people; and how systems that deem them incapable or undesirable for decisional autonomy are detrimental to the right to life itself.

The Beginning

The history of modern transgender presence in the geopolitical Western world is considered to start in late 19th century. In 1897, a physician and sexologist Magnus Hirschfeld founded the Wissenschaftlich-humanitäres Komitee (The Scientific-Humanitarian Committee, WhK) in Berlin, today considered the first LGBT advocacy group in the (Western) world (see: Lauritzen and Thorstadt, 1995). In Transvestites Hirschfeld describes his first “cases,” he was also involved in the first transgender surgery – on Dora Richter, in 1931, in Berlin (Meyerowitz, 2002, p. 21). In those days the difference between trans* and homosexual was not yet canonized. In 1966,
Harry Benjamin, Hirschfeld’s colleague at WhK, authored The Transsexual Phenomenon (1966), that for years functioned as the “Bible for transsexuality.” Outside the Western world, gender diversity (that only from 19th century became fully binary) is known to have been recognised already for ages, with well-known examples like the South Asian hijras, pre-Columbian travestis in Latin America, shaman in North East Asia (see e.g. Feinberg, 1996). In many places, these non-binary gender systems were destroyed with the arrival of settler-colonizers. Philosopher Giuseppe Campuzano (2008) shows for Peru how pre-columbian genders disappeared through colonialism. Their destruction started already in the 16th century and was witnessed by Quechua nobleman Felipe Guamán Poma de Ayala (1978), who famously chronicled colonial violence inflicted on the indigenous peoples in the Andes. Similarly, contemporary decolonial philosopher María Lugones (2008) argues in Heterosexualism and the Modern Colonial Gender System how gender structures of the Yoruba in Nigeria and Native American tribes were subordinated by Western practices (p.196). In many geographical contexts trans* people experience violence. In modern times, this continues in many places as evidenced by the “Trans Murder Monitoring Project,” issued by Transgender Europe (TGEU), a non-governmental organization advocating transgender and intersex rights.2 In Europe, Turkey and Italy take the lead with respectively 43 and 36 killings since 2009, in the USA around 20 mostly trans women of colour get killed yearly (see e.g. Kellaway & Brydum 2015; Advocate.com Editors 2016). There is no safe place for trans* people. Transphobia exists even among left wing and feminist organisations and theorists. One hugely important factor behind this is the Western classification system, as this essay will show. A formative article by Billings and Urban (1982) conceptualised trans* people’s existence as a “wildcat strike in the gender factory” (p. 282), and equaled trans* people’s refusal to continue living their assigned gender or in an unaltered body, to a strike that is neither authorised nor legal, opposing the production of gender binary. I explore how far they were right.

Classifications

In this section I will explain what kind of classifications are imposed on the bodies of trans* people. The process of medically assisted gender transition is governed by two complementary classifications. The first one is the Diagnostic Statistical Manual for Mental Health Disorders (DSM), currently in its 5th edition (APA, 2013). Issued by the American Psychiatric Association (APA), DSM departs from a North American perspective. The DSM is in origin a American psychiatric manual and is rooted in the mores of US practitioners, though now with a more international team of experts. As the medical discipline, and psychiatry in particular, is very influential on what we think moves and ails us, we are considered psychiatric subjects.
The second classification, with more authority worldwide, is the International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD, 1993) issued by the World Health Organization (WHO) that in essence is a human rights organization and a member of the United Nations family. The current ICD version is ICD-10, with ICD-11 in beta stage 3. The two classifications are different in aim and scope. The DSM is meant for psychiatry and the ICD is targeted at the whole medical field and contains far more somatic diagnoses than psychiatric. The character of the DSM is clearly helping with diagnosis, while only the Clinical Modification of the ICD (ICD-CM) is meant for that, the ICD, as a classification, is mostly meant for morbidity and mortality statistics. When looking at the two classifications, positive changes are visible. The current version of the DSM employs the word “gender” instead of “sex” and opts for “gender dysphoria” instead of “gender identity disorder.” These choices in nomenclature remain problematic as sex characteristics, corporeal/bodily phenomena that are not considered to have unequivocal influence on gender development, are still included in the DSM (Karkazis, 2000, pp. 47–62). The term “gender identity disorder” indicated that trans* identity itself is problematic, while “gender dysphoria” focuses on the issues people may have while living a trans* life. It seems that it was a close call that “gender incongruence” – a term preferred by many trans* activists – did not end up as the term of preference. The ICD is still in beta version for the coming edition, but chooses “gender incongruence” and more importantly, we also expect the new terminology to appear in a non-psychiatry related chapter about sexuality-related issues.

A psychiatric gatekeeping to access trans* health, often required on the ba-
sis of the classification, can be relatively swift, comprising a few sessions with a psychologist, to very intense and upsetting through a required stay of six weeks in a psychiatric ward, as has been the case in Ukraine 4 and Belarus. France still requires health care recipients to see psychiatrists and endocrinologists who display little understanding and sensitivity towards trans* people and their needs. Denmark healthcare-wise also counts among the most regressive systems in Europe, notwithstanding the legal change made.5 Where some (mostly high-income) countries have simplified the legal gender recognition procedures, the majority of countries have no provision in gender identity recognition at all. Furthermore, their trans* and gender diverse inhabitants live in daily fear of discrimination and violence.

Trans* entanglements

When looking at legal changes towards fully free and self-determined gender change, it’s important to keep in mind that the healthcare and legal recognition are tied-in together. Most places offering legal gender recognition require drastic medical interventions, like castration, as criteria for approval. Just a few countries disentangled this tie-in: Argentina, Malta, Ireland, Norway, and Denmark. Only the first two of them have also depathologized the access to transition care itself. Everywhere else, the requirements for legal change are mental health interventions and/or as full as possible physical approximation of the body to that of “the other sex;” underlaid by a genital focus of the clinic. In 2013, this interdependence was affirmed by the UN as “tantamount to torture or cruel, inhuman or degrading treatment or punishment” (United Nations Human Rights Council, par. 78). This is a good example illustrating that, despite the fact that rights-based discourse has its problems such as its top-down workings and its belonging to a liberal worldview, using human rights as the force of transformation is currently an effective tool. Overall, basic tenets of medicine and psychiatry around gender, however shifting and changing, are still considered valid; genders may change to previously unfathomed diversity, sex however remains discrete and where not, it is diagnosed as a disorder of sex development. This is the rationale why sex characteristics and gender incongruence are going into one chapter in ICD-11. Gender is diverse, but sex must be fixed, as the basis of the psycho-medical worldview is to rest untouched. This way even the effects of declassification are limited, until also gender registration itself becomes irrelevant. According to the United Nations, everyone has a right to the highest attainable standard of health (Preamble of the WHO Constitution, CESCR art. 12, GC 14, GC 20). This applies indiscriminately, with “only” economic development as a limiting factor. This includes health care related to gender transition. For trans* people, however, this right is undermined with many restricting procedures. In most countries that follow DSM, ICD, and/or the World Professional Association for Transgender Health’s (WPATH) Standards of Care (SOC, version 7 is current) having a referral letter that states conformity with DSM-code 302.85 (“Gender Identity Disorder in Adolescents or Adults”) or ICD-10 code F64.0 (“Transsexualism”), is a requirement before accessing gender transition related healthcare. That, in turn, constitutes a precondition to access legal recognition. In practice, often there is no right to health care for trans* people, but an obligation to undergo medical procedures in order to be able to change one’s gender marker on a passport or birth certificate. Available gender transition procedures are mostly provided against a strong psycho-medical gatekeeping system. A psychiatrist first evaluates if the candidate complies with the diagnostic criteria for “gender identity disorder” or “gender dysphoria.” These are, among others, based on suffering caused by “incongruence” between one’s experienced gender and assigned gender (DSM-5 in: IFGE, n.d.). Because of these requirements in psychiatric or medical classifications, no one passes directly to a medical professional for access to hormones or surgeries. Also, not everywhere where there is a requirement of medical treatment, the resources to do that, such as a team of qualified professionals, are available. This way classifications, medical opinions and social norms become a warren of requirements to respond to.

An ontological fight for rights and agency

J. R. Latham (2016) signals in Making and Treating Trans Problems that the fight for trans* respect is also an ontological fight. Behind this statement lays a different idea about the production of reality. It is not the commonsense realism that assumes reality is objectively knowable and independent of the observer, but the idea that methods also make realities (Law, 2004 in: Latham, 2016), brought forward by scholars such as Bruno Latour, Annemarie Mol, or John Law. It matters how you see the world to define realities. According to Law reality is “not independent of the apparatuses that produce reports of reality” (2004, p. 31). Latham writes, “the systems designed to treat trans patients reiterate a specific trans ontology and trajectory of treatment […] that does not reflect how many trans people experience their bodies and lives” (p.2). Latham argues that transsexuality, the psycho-medically defined sub-identity of transgender that is eligible for medical assistance, is produced by precisely the medical process, while it is assumed to precede intervention (Latham 2016, p.2). Medical interventions are based on politics that are opposed to this different ontology, of how trans* people imagine their lives, bodies and histories; one that is growingly rooted in autonomy and agency, stimulated by emancipation and activism as we will see towards the end of this essay.
Confronting the dominant idea, expressed by Selvaggi and Giordano in “Aesthetic Plastic Surgery,” that trans patients seeking gender confirmation surgery are clearly different from cisgender patients and need extra care, Latham examines “how clinical practices act in the making of trans realities, foreclosing particular iterations of what transexuality (sic.) could be” (p.1). Latham dissects the assuions and the reasoning of Selvaggi and Giordano as exemplary for mainstream reasoning. They use the main principles for medical intervention precisely to create trans people as a separate category. Riki Wilchins would call their attitude genderpathophilia (Wilchins, 1997, p. 225), an obsessive need to pathologise any kind of gender behavior that makes society feel uncomfortable. Latham shows how people with different gender identifications and/or expressions are treated differently from cisnormative population when seeking the same kind of health care interventions they may need: hormone replacement therapy, plastic surgery, facial feminisation surgery (FFS), or genital surgeries. Morgan (2015), in “Self-determining legal gender: transgender right, or wrong?,” shows that medical professionals in Ireland and the UK also assume trans people need protection against delusions. Intersex and trans* activist Mauro Cabral summarizes the strong entanglement of health classifications and legal gender recognition by saying that, on the one hand, the codifying of trans* identities and experiences in diagnostic terms confines them to a psychiatric ontology whose effects on life are negative – effects that do not only constitute trans* persons as less, but that also decidedly contribute to an institutionalized and normative reproduction of gender stereotypes. On the other hand, the same codification presents itself – and, in many cases, is also defended by these same trans* people – as a way to access rights. Particularly the right to surgically modify the sexed body and to the right of legal gender recognition (Cabral in: Suess Schwend 2015, p. 418).

Material effects of pathological classification

Most literature on the effects of pathologization and mental health classifications concentrates on psychological effects thereof, minority stress, lack of wellbeing and the effects of medical treatment (such as e.g. hormonal effects on the body). Less is known from a sociological angle, how well people manage on the material, economic level and in labour market. Even less research is done on how this is connected with the idea that mental health classification of difference sets people back in society. Pathological classification has very tangible material effects on trans* people. The first effect of identity disorder classification is stigmatization. Some people find the diagnosis comforting as they now have a recognition that what they experience is “real” somehow, that they are transsexual. Others refuse classifications, opposing the pathologisation of trans* experiences overall. However, in both cases, they are all affected by discrimination and marginalisation, insofar as they are classified as having gender dysphoria. Rampant discrimination and violence have always affected trans* people, but the psychiatric stigma adds an important new element to it (Cabral, 2016; Suess Schwend, 2016; Winter et al., 2015). As with homosexuality, trans* has not always been a psychiatric category. Homosexuality entered the DSM in 1952 and after a fierce struggle by activists and professionals it disappeared in 1974. However, in that same edition it was trans issues which entered the DSM. While scholars have shown how this is not a matter of causality (e.g. Zucker and Spitzer, 2005), it is clear that in both cases gender normativity is the common theme that brings them into the DSM and ICD (Valentine, 2007; Bernini, 2014). The DSM and ICD strengthen the stigma by confirming that trans* people have psychiatric mental health issues connected to their experience of gender. This fuels transphobic stereotypes that get picked up by media and popular culture: the stigma of a “man in women’s clothes”; and, to a lesser extent, “women dressed up as men” highers the risk of trans* people being outlawed, refused a house, a job, or education. It also justifies violence, very often from police and security functionaries. Reported killings of trans* people keep on rising. According to TGEU’s Trans Murder Monitoring project (TGEU, 2016), we witness over 275 victims a year. For example the UK scores 65% on discrimination experience in the previous year (FRA, 2015, p. 21, p. 24). The material effects of pathological classifications should be understood in intersection with other dimensions of discrimination: the lack of legal gender recognition that would enable trans* and gender diverse people to change their gender marker; the absence of regulations that protect trans* people from violence, discrimination, and even murder; and the inability to access affordable health care (both general and transition related) lead to socio-economic setbacks (NCTE, p. 125). Another very important effect that pathological classification has is that it only allows for the production of certain bodies. The biopolitical effect of legitimation acknowledges only certain identities, for instance those labeled as “transsexual.” Therefore, other non-normative identities and bodies are delegitimised, declined recognition. In a system that upholds the biologistic notion of only two all sex/gender variances that diverge from it are exceptions to the rule, at best. In the DSM-5, and in discussions around the ICD-11 version, other genders are mentioned, but they remain an afterthought. Non-binary genders are still waiting in the wings to be “recognized.” Nowadays non-binary trans* people have to go through intensive psychiatric evaluation for having a non-normative gender identity before being able to access health care (if any). This is not only a human rights violation,6 but it has strong material and psychological effects on people. However, although recognition for all trans* people is important, this cannot happen completely within a stigmatising framework such as the psychiatric diagnosis.

References

Advocate.com Editors. (2016). “These are the Trans People Killed in 2016”. Retrieved from https://www.advocate.com/transgender/2016/10/14/these-are-trans- people-killed-2016.
American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders. Fifth Edition (DSM-5). Washington, DC: American Psychiatric Pub.
Balzer, C. & Berredo, L. (2016). TMM Annual Report 2016. TGEU, October 2016 [Berlin].
Benjamin, H. (1966). “The Transsexual Phenomenon: A scientific report on transsexualism and sex conversion in the human male and female.” New York: Julian.
Bernini, L. (2017). Le teorie queer, un’introduzione. Milan: Mimesis.
Billings, D. B. & Urban, T. (1982). “The socio-medical construction of transsexualism: An interpretation and critique.” Social Problems, 29(3), 266–282.
Burke, M. C. (2011). “Resisting pathology: GID and the contested terrain of diagnosis in the transgender rights movement.” In: P. J. McGann, D. J. Hutson (eds.), Sociology of diagnosis (Advances in Medical Sociology, 12). Bingley: Emerald Group Publishing Limited, 183–210.
Cabral, M. (ed.). (2009). “Interdicciones. Escrituras de la intersexualidad en castellano”. Córdoba, Arg.: Anarrés Editorial.
Cabral, M. (2016). “Dilemas de despatologiçao”. In A. Suess Schwend. (2016). Transitar por los generos es un derecho. Dissertation. Universidad de Granada. Departamento de Antropología Social.
Campuzano, G. (2008). “Museo Travesti del Perú.” Lima: Museo Travesti del Perú.
Feinberg, L. (1996). Transgender warriors: making history from Joan of Arc to Dennis Rodman. Boston: Beacon Press.
Guamán Poma de Ayala, F. & Dilke, C. W. (1978). Letter to a king: a Peruvian chief’s account of life under the Incas and under Spanish rule. New York: Dutton.
Haraway, D. (1998). “Situated knowledges: The science question in feminism and the Privilege of partial perspective”. Feminist Studies, 14(3), 575–599.
The International Foundation for Gender Education (n.d.). “Gender Identity Disorder in Adolescents or Adults”. Retrieved January 26, 2017 from http://www.ifge.org/302.85_Gender_Identity_Disorder_in_Adolescents_or_Adults.
Karkazis, K. (2008). Fixing Sex: Intersex, Medical Authority and Lived Experience. Durham: Duke University Press.
Kellaway, M. & Brydum, S. (2015). “The 21 Trans Women Killed in 2015”. Retrieved from https://www.advocate.com/transgender/2015/07/27/these-are-trans-women- killed-so-far-us-2015.
Latham, J. R. (2016). “Making and treating trans problems: The ontological politics of clinical practices”. Studies in Gender and Sexuality, 18(1), 1–22.
Lugones, M. (2008). “Heterosexualism and the Colonial/Modern Gender System”. Hypatia, 22(1), 196–198.
Marx, K. & Engels, F. (1970). The German ideology: part one; with selections from Parts two and three, together with Marx’s introduction to a critique of political economy. New York: International.
Meyerowitz, J. (2002). How sex changed: A history of transsexuality in the United States. Cambridge: Harvard University Press.
Morgan, J. (2016). “Self-determining legal gender: transgender right, or wrong?”. The Lancet Diabetes & Endocrinology, 4(3), 207–208.
National Center for Transgender Equality (NCTE). (2016). The Report of the 2015 U.S. Transgender Survey. s.l
Stryker, S. (1994). “My words to Victor Frankenstein above the village of Chamounix: Performing transgender rage”. GLQ: A Journal of Lesbian and Gay Studies, 1(3), 237–254.
Stryker, S. (2008). Transgender History. Berkeley: Seal Press.
Suess Schwend, A. (2016). Transitar por los generos es un derecho. Dissertation. Universidad de Granada. Departamento de Antropología Social.
Yogyakarta Principles: Principles on the Application of International Human Rights Law in Relation to Sexual Orientation and Gender Identity. s.l. (March 2007). Retrieved from http://yogyakartaprinciples.org.
Trans Murder Monitoring (TMM) (n.d.). Retrieved from http://transrespect.org/en/research/trans-murder-monitoring/.
United Nations, Covenant on Economic, Social and Cultural Rights, Geneva. (1976). Retrieved April 12, 2017 from http://www.ohchr.org/EN/ProfessionalInterest/Pages/CESCR.aspx.
United Nations. (2013). UNHRC. Report of the Special Rapporteur on torture and other cruel, inhuman or degrading treatment or punishment, Juan E. Méndez. A/HRC/22/53.
Valentine, D. (2007). Imagining Transgender. Durham, NC: Duke University Press.
Wilchins, R. (1997). Read my lips: Sexual subversion and the end of gender. New York: Firebrand Books.
Winter, S. (May 2012). United Nations Development Programme and Asia Pacific Transgender Network. “Lost in Transition: Transgender People, Rights and HIV Vulnerability in the Asia-Pacific Region”.
Winter, S., Diamond, M., Green, J., Karasic, D., Reed, T., Whittle, S., & Wylie, K. (2016). “Transgender people: health at the margins of society”. The Lancet, 388(10042), 390–400.
World Health Organization. (1993). The ICD-10 classification of mental and behavioural disorders: diagnostic criteria for research. Geneva.
Zucker, K. J. & Spitzer, R. L. (2005). “Was the Gender Identity Disorder of Childhood Diagnosis Introduced into DSM-III as a Backdoor Maneuver to Replace Homosexuality? A Historical Note”. J. Sex and Marital Therapy, 31, 31–42.











TRANS HEALTH CARE IN THE NETHERLANDS LEAVES A LOT TO BE DESIRED

Life for trans people is often complicated. The huge amount of gender stress stemming from cis normativity complicates the full development of a trans individual’s sense of self. Changing one’s identity documents to male or female – the only genders recognised in the Netherlands – is relatively straight forward. But in order to get trans specific health care, trans people have to wait for over a year and, once accessed, that health care is often not fit for purpose. This practice costs lives.

Defining trans

It is useful to have a common understanding of what we are talking about when we use the term ‘trans’. This term refers to anyone who feels that their body doesn’t fit comfortably with their gender assigned at birth and wants to make changes, sometimes social, sometimes medical, to alter that discomfort. When taking into consideration the entire trans and gender diverse population, including children and other people who haven’t come forward yet, to seniors who go back into the closet, we estimate that there are about one million people in the Netherlands (1 in 17). Only a small percentage opt for trans-specific health care, but almost all make some change to address the discomfort with their gender. By changing their voice, their hair, wearing makeup (or not), wearing jewellery … many use gender expression to feel more comfortable in themselves. Only a small minority require any form of medical support. Due to discomfort with the norms governing the body, hormones, psychological support and/or surgeries can be used to adapt their body to their needs and thus greatly decrease their gender distress. This distress may never go away fully, as the outside world keeps projecting opinions onto us about our identities and our bodies. This consistently reinforces gender distress upon us, even after accessing trans-specific health care.

Trans inclusivity

There exist good practices of how to design trans inclusive legislation, e.g. Malta in 2014, and the first good practice law, in Argentina in 2012. The same is true for trans health care. This does not mean that the social situation is also trans-inclusive, which is, at best, a couple percent better than in other places. In Argentina, travesticidios (murder of travestis, a regional trans identity) regularly take place, and trans-inclusive health care advances in fits and starts. For Argentina, it took several years after the was law passed to develop the current health care protocol, and Malta is currently in this process. Trans health care in Denmark is better. To start with, being trans is not an illness anymore, and their non-pathologising approach to trans-specific health care is better developed. In general, trans wellbeing is reliant on the following: the more you belong to the demographic ‘mainstream’, i.e. the better your class position, the less issues you face.

A report by TransUnited Amsterdam earlier this year showed that trans-specific health care for trans people of colour is not culturally appropriate. Health care providers often have too little insight into the, often, complicated situation of non-white bi-cultural trans people. This report is focused on Amsterdam, but it is unlikely that other places in the Netherlands are any better.

Lack of respect for trans people in general health care is even more of an issue. Several trans people with in-patient experience in psychiatry state they were not the only trans person in the clinic and that the consistent experience is one of lack of respect, with health care providers assuming that their transness is part of the overall clinical picture, with privacy always being grossly absent. Knowing this, one can only imagine how it is for a non-binary (not male or female identifying) trans person. Furthermore, when that trans person is also a person of colour, all cultural competence of staff disappears completely. In general health care, the “transgender broken arm” syndrome is still prevalent. This term was coined to refers to doctors that refuse to fix your broken arm (for example) because you are trans, so you have to go to the gender clinic (in Amsterdam or Groningen) to have it fixed. This practice is ridiculous, of course, and highlights lack of knowledge and cultural competency. There are still stories of trans people being treated incorrectly by their GPs or by nursing staff. This stems from pure transphobia.

Inadequate health care leads to health care avoidance, something which I do, myself. I have no interest in being patronised by uneducated medical professionals. The last time I went to see an endocrinologist at the VUmc Amsterdam gender team, he hadn’t read my file, misgendered me and assumed I was new, thus ignoring my 20+ years history of attending that clinic (which was clearly demonstrated in my file). Taking into account all the stories and research about trans-specific healthcare that I have accumulated over the years, I went to my GP with this knowledge to ask them to manage my hormone requirements. If I don’t get proper care from those who are supposed to take care of it, I will arrange it myself.

Social rejection

Trans people also experience problems due to poverty. This affects bi-cultural trans people disproportionately. Problems at home, in school, being homeless: all these situations impact upon your health. Trans people, generally, also have a higher likelihood of substance use, caused by stress placed upon them every single day. Multiple research reports indicate a relationship between stress in minority groups and high substance use. This heightened vulnerability often forces them into psychiatric care or sex work. However, sex work is not the most sustainable job in these times of increasingly restrictive regulations.

Having to wait for health care (currently 60 weeks wait in the Netherlands for trans-specific health care), poverty and lack of acceptance are factors that influence the prevalence of suicide ideation as a last resort. Among trans people, suicide attempts are at least five times higher than among the general population, and suicide ideation is seven times higher. These figures come from the suicide hotline 113Online. In general, statistics are higher again for young people across all social groups. Adult trans women who are not read as cis (a term that refers to people who are not trans), i.e. who do not ‘pass’ enough as cis, have increasingly more problems with gaining mainstream acceptance. This probably coincides with the existence of trans people becoming more well known by mainstream society, leading to greater visibility with an unequal progression in social insight and acceptance of trans communities.

Transphobic health care providers

When we shift our gaze to the population of trans youth, we see that they are realising that they are different earlier than ever and want to start their social transition earlier in life. It is at this that time they face social and legal issues. Social, because a dominant group in society does not care about the rights of the child to be themselves, to be happy (as required by the UN Convention on the Rights of the Child) and because there are no supports in place. Legally one can only change their gender marker at age sixteen, despite the fact that one can be sure of their gender identity at age six. Of course, medical gender transition support is only available from puberty onwards, before which it is not required. From a transphobic viewpoint, trans kids often are seen as gay or autistic, except for those that fit easily into the binary trajectory. A “real” trans person pursues medical transition with hormone treatment and genital surgery (among trans youth, this percentage is worryingly higher, at 95%, far more than trans adults). That a large segment could be gender diverse, rather than strictly binary, is not something these health care providers consider. The Amsterdam team is personally and professionally closely connected to anti-trans pioneer and reparative therapist, former chief of CAMH Toronto, Kenneth J. Zucker (see here at Transavocate [link] or shorter here at Queerty [link]). Such good pals that one starts to wonder how transphobic our great ‘helpers’ really are.

Given the assumptions upon which the Amsterdam team works, the focus on ‘carefulness’ and the cis heteronormativity, I see enough reason to call their working practices structurally transphobic, even when they do good work. For a solution, I would counsel the team to descend from their throne and start taking interest in the humbler social scientific approach. Looking at the attitude of doctors and the Amsterdam gender team especially, we still see an attitude of othering, of seeing trans people as different and unequal. An explicit example of this is dissected in a scientific article by J. R. Latham. These experts continue to argue for a cautious approach, insisting that a psychiatric diagnosis is necessary. This, however is not for our benefit, but for their protection. Informed consent works, that is why it has been introduced into other areas of health care. This is a human rights issue. Up to now, a trans person has never been employed in the gender team.

Needs/Wishes

The trans community has several needs regarding access to health care and the quality thereof. Of course, the needs may differ depending on the specific community, but on the whole we demand, at a minimum: quick, transparent, accessible gender recognition; an end to violence and discrimination; trans-friendly shelters; decent jobs; and adequate trans-specific health care where the health care user is taken seriously. We also demand an end to societal transphobia and the imposition of cisgender norms upon our bodies and our identities.

All of this has a strong connection to health and health care, because those with a decent job get more social respect and are consequently less isolated and lonely. Accessible gender recognition leads to less problems with job applications and with institutions. Working to end societal transphobia by weakening cisgender norms means creating space for everyone who experiences their gender in a different way that of a cisgender, heteronormative ‘man’ or ‘woman,’ or within a different embodiment than expected. All this results in less need for health care as a consequence.

Looking more directly at the health care process itself, diversification of health care provision is required, including provision of more locations where one can access trans-specific health care. Waiting times have reverted to previous lengths of over a year. Many trans people who are currently transitioning know of someone who ended their life because they could not manage any longer. Still, many people hope that the feelings of hopelessness and gender dysphoria will pass when they get married, or work extra hard in a typically ‘masculine’ or ‘feminine’ job. These individuals only report back to the clinic when they really cannot cope anymore. There should be better research on all of this, but there is not. Psychiatrists say that they want to keep the diagnosis in order to encourage research. However, homosexuality was removed from the psychiatric health classification system in the 1990s and research is still booming. Declassification is good for research, as Sam Winter, Ph.D., has demonstrated (research results forthcoming).

Is nothing good, then, in Dutch) trans-specific health care? The default programme (half a year of psychiatric evaluation before access to hormones and surgery) works relatively well, with the exception of the long waiting times. Also, doctors are becoming more aware of gender diversity. The psychiatrists, however – those useless gatekeepers – create a severe obstruction to health care access. Those who live ‘outside the box’ often have to place their life on hold for six months longer than necessary, through the requirement of psychiatric evaluation, before being granted access to medical transition (hormones and/or surgeries).

Quick solutions

The above shows there are quite a lot of issues facing trans people before they can live a decent life. There are, however, a couple of quick solutions that I want to offer, so that we can enjoy our rights and have a better life.

  1. Abolish psychiatric evaluation and engage in an informed consent process where the health care user has an active role and the final say in their own healthcare. This is demonstrated at Callen Lorde Community Health Centre in New York City. Eisfeld and Radix write extensively about this in the German Zeitschrift für Sexualforschung (Vol.27; 31-43).
  2. Establish more facilities for trans-specific health care in the country, with culturally competent providers, so that good experiences are not limited only to white trans people.
  3. Better management of existing facilities. A year waiting time is outrageous. Look forward, go off the beaten path, and work collaboratively with trans communities.
  4. Create a curriculum for general health care based on social scientific research around transgender communities with a focus on practical issues. Make use of experiences in relation to homosexuality or bi-culturality and health care needs. Teach providers to think differently.
  5. Encourage students and providers to choose trans-specific health care as a career path. Do not leave it to spontaneous initiative. Transness is too stigmatised for that.
  6. Improve the position of trans people on all fronts and create a health care budget for this.
This piece discusses the Dutch context where trans-specific health care is only available in an institutionalised context from two clinics. This version is updated from the original Dutch language piece that appeared on Dec 14, 2017 on Tijdschrift Lover website.

Thanks to Naomhán O’Connor for proofreading!

The evil of psychiatrisation of trans people: just two bad examples?

In this article I present two cases of trans* women in the Netherlands with their story that indicates thoroughly the transphobia and preoccupation with a mental health model of Dutch trans* health care professionals in the Amsterdam gender clinic.

Amsterdam Free University Medical Centre (VUmc) Knowledge and Care Centre for Gender Dysphoria (KZcG) is the biggest in the country with over 200 clients a year. That they have to bear the brunt of complaints is only logical in a restrictive transition supporting health care model. Some 80% of clients are seen at the VUmc KZcG, 10 to 15 at the northern UMCG and the remainder at private practices of mental health care providers; only a tiny percentage finds their way into medical assistance outside of VUmc and UMCG. This has to do with health care providers realising not having the cultural to medical competence to help health care users, plus the clinics discouraging providers to get educated in the field and demanding the client to go to their facilities in Amsterdam or Groningen.

The societal, medical and psychiatric tendency is to view transgender persons as having an identity issue or even identity disorder. This way trans* people entered psychiatric classifications (1978 and 1980) and have since never left. The general audience thinks trans* people to be freaks of nature that through medical treatment can be helped, involving genital surgery. With genitals being a topic of interest for people in general and for the cis supremacy, the SRS trope lives on even in progressive press. General practitioners or other (para)medical personnel generally do not have any cultural competence in dealing with trans* people. No official training apart from on the job when working explicitly with trans* people, is given.

International development through human rights interventions has led to the development that in all probability the next edition of the authoritative International Classification of Diseases of the World Health Organisation (WHO) will no longer list gender identity as a mental health issue, an identity disorder. All changes have been pushed for by the trans movement and taken up by among others the EU and the Council of Europe. Analogous to the struggle of homosexuals for their rights and for depathologisation, the trans movements have taken this up with considerate success.

The clinics however are only dimly aware of this and up to now arguing with human rights and patients rights does not have the success it should have, neither with the ministry of Health, health authorities and insurance companies (that play a strong role in the Dutch system) nor within the medical sector.

First do no harm

I contend that lack of consideration for a patient who indicates severe emotional/physical problems strongly related to her gender transition/gender identity, or not securely checking on a patient who indicates health issues with the medication, amount to cisgenderism. To a relative blindness for what lies outside of the expected realities, outside of ramifications of what might reasonably happen. In fact these two people and most probably several or even many others are withheld access to appropriate health care. Protocols and expectations count over individual lives while the decisions and lack thereof could have led to suicide or even death by medical neglect.

A doctor who puts protocol before patient and values strict enforcement of the treatment procedure over the wellbeing of their health care users, might need to think twice if they are in the right place. It is seriously debatable if such a situation is compliant with primum non nocere, first do no harm. Patient B had to go to her GP for the first instance of allergy and ended up at the Emergency Care for acute issues with the second anti-androgen. Due to hitherto unknown medical condition she showed lupus like reactions to medication and strong immunodeficiency reactions.

As other healthcare users report in interviews and talk among each other, and as the Principle 17 report shows, there is large discomfort with the care providers who are experienced as culturally incompetent.

Health care users regularly debate the medical stance that co-existing issues must be fixed before medical transition can start. In their experience it is exactly the “gender dysphoria” that causes or stimulates those other problems. Starting their medical transition causes a significant relief and makes several of the problems go into remission. Providers are advised strongly to listen more closely to the needs of their clients.

The cases1

Person A called upon the Amsterdam gender team some nine years ago for needing medical assistance to align her body with her felt female gender identity. During the process she reported an ever increasing dysphoria with her body and feeling excruciating pains whenever she passed a cisgender woman in the streets. She reports this was related with on the one hand the endocrinologist not willing to accept her for diabetes that did not all interfere with her gender affirming treatment (not even to him) and on the other the psychologist who did not advance. She developed strong depression related problems around the rejection, the waiting times, the insecurity with a second opinion that might have had grave consequences.

Person B is as a young trans woman and had initially no problems. Shortly after going on anti-androgens she reported severe allergic reactions to them2. Long time she had all kinds of complaints, and never was taken seriously by the doctors or the psychologists. Then, as she decided to search a non-clinic plastic surgeon, she got a letter by the hospital threatening to stop her transition health care there and leaving her thus in limbo. Just for exercising her freedom of choice for a medical provider now that was a realistic option (contrary to changing transition providing centre). This issue is reported more frequently though it does not surface explicitly in the most recent Dutch research. Only after filing a formal complaint things got better. Now her transition is finished but due to non-gender related medical problems she is a very frequent visitor of clinic for treatment and for some finishing surgeries. Most doctors now treat her as an ordinary medical patient with not so ordinary medical issues. Apart from one surgeon at the gender department of VUmc, who behaves as arrogantly to her as probably to all other gender patients.

In my eyes this not only points to reproachable behaviour and questionable estimates, but also of an inherent transphobia. It is very questionable if a cis person would not have been believed. This is even more questionable for an academic hospital.

Gender dysphoria and being transgender is not considered an issue that may require medical assistance to relieve a societal problem, but in the core it still considered a mental health issue: there is something essentially weird/wrong with trans people. Gender dysphoria is still considered a psychiatric issue, as it is listed in the DSM-5.

Both examples serve to indicate a inherent transphobic and psychiatric attitude with the involved clinic. This patient is being read more and more as female and her self confidence has grown so she hardly perceives any transphobia anymore in the hospital (being read as the correct gender works miracles) except for this gender team surgeon who approaches her with arrogance and medical authority.

Both persons got no mental health care at the clinic, while person A actually just needed a less presumptuous MD and no psychologist; or a psychologist that really helped. Person B has her own therapist and in the clinic even had an extra psychologist who insisted in making clear that to her person B had not finished her transition and thus was not ready for surgery.

Action

In a reaction to the Principle 17 report on the state of trans health care in the Netherlands from December 2016 that measured 43% complaints in the interviewed population, the director of the gender team suggested it was all word of mouth and an over representation of complaints. In the meantime the report and a petition will be handed to the Parliamentary Committee on Public Health, together with over a thousand supporting signatures gathered in four days time. It is election time now and that offers interesting opportunities to see what we can get.

1The stories of person A and B are based on their own orally or written shared experience. My summary has been approved by them as accurate.

Zorg zonder poortwachters

De discussie over een betere transzorg lijdt onder onzekerheid over hoe een niet-pathologiserende zorg er dan uitziet. Dit stuk legt uit waar we vandaan komen en werpt een blik in de toekomst door een paar alternatieve scenario’s te schetsen.

De gendertransitiezorg (kortweg transzorg) in Nederland heeft een sterk poortwachterselement in zich. Wie de ‘keuringspsycholoog’ niet kan overtuigen is praktisch uitgesloten van deze zorg. En dan moet je hormoonvervangende therapie goedkeuring hebben van het hele team (consensus) en voor chirurgie is weer een deskundigenbrief nodig of teamovereenstemming. Dit model wordt nationaal en internationaal zwaar gekritiseerd en en er wordt flink aan de poten ervan gezaagd. Dat leidt tot onrust in verschillende betrokken geledingen. Bij psychiaters, psychologen en medici die bij de transzorg betrokken zijn. En ook bij transactivisten die het (nog weer) anders willen, en bij de transgender zorgvragers die zich afvragen of en hoe hun zorg toekomstig gefinancierd gaat worden. Dat vraagt om uitleg, en vooral om een visioen hoe het eruit kan komen te zien. Continue reading